Home Opinie We moeten kritisch durven zijn, ook op Erdogan

We moeten kritisch durven zijn, ook op Erdogan

Illustratie van jaknikkers CC: Globalplusnews

Afgelopen woensdag stuurde het Turkse consulaat in Rotterdam een e-mail rond aan Turks-Nederlandse instellingen waarin werd opgeroepen om melding te maken van beledigende en discriminerende uitlatingen die gedaan worden over de Turkse president Erdogan, Turken of Turkije. In de mail werd opgeroepen om de belediging, het medium waarop de beledigende uitingen zijn gedaan en door wie het is gedaan, door te geven aan het Turkse consulaat in Rotterdam.

Het Turkse consulaat heeft in mijn optiek alle recht om zich te bekommeren om de Turkse diaspora in Nederland. Zeker gezien de chronische xenofobe walm die er in het maatschappelijk debat hangt, nu er haast geen onderscheid gemaakt kan worden tussen de oneliners die PvdA-, VVD- en PVV-politici overal roeptoeteren. Maar het gaat een brug te ver, door op te roepen om beledigers van de Turkse president met naam- en toenaam aan te geven.

Dat fascisme weer he-le-maal in is, bewijst het stelselmatig dehumaniseren en criminaliseren van moslims in Nederland in het algemeen en Turkse Nederlanders in het bijzonder. Maar onthoudt dat ons van de verplichting om oproepen van het Turkse consulaat kritisch onder de loep te nemen? Of zijn we bang geworden om weggezet te worden als paralelci, die de Turkse staat omver wil werpen, een gülen-aanhanger, een Zaman-adept of een huisallochtoon? Een term die ook op ons medium veelvuldig voorbij komt. Niet geheel zonder reden. Omdat Turkse Nederlanders jarenlang zoet zijn gehouden door leden van de PvdA-praatpartij, die enerzijds de integratie van allochtonen bemoeilijkten en anderzijds de linkse -in Turkije marginale en met de PKK sympathiserende- groepen lieten floreren en een prominente positie lieten innemen in het maatschappelijk debat in Nederland. Het gevoel zich niet gehoord en vertegenwoordigd te voelen in het maatschappelijk debat gaat veel verder terug dan de opkomst van de AK-Partij.

Veel Turken voelden en voelen zich nog steeds niet vertegenwoordigd in het maatschappelijk debat, in de politiek, cultuur en media. Zelfs wanneer het over hen gaat, zoals gisteren in de NRC, wordt er niet met hen gesproken, maar over hen. Fidan Ekiz stelde in dat interview dat Turken zich vastklampen aan de Turkse identiteit, omdat ze hier niet geaccepteerd worden. Ik geef haar deels gelijk. Turken klampen zich ook vast aan de identiteit, omdat we er trots op zijn om Turks te zijn, omdat we pittig en gepassioneerd zijn over alles. We juichen voor onze politieke partijen, alsof we voor Besiktas, Fenerbahce of Galatasaray juichen. We hebben liefdesverdriet, alsof de wereld is vergaan, en wanneer we beledigd worden, dan branden we zelfs Rome tot de grond toe af om de rekening te vereffenen.

We zijn een trots en gepassioneerd volk met een lange geschiedenis aan staatsvorming en militaire superioriteit, maar we moeten ook niet uit het oog verliezen dat we ons niet blind moeten laten leiden. Ik kan me voorstellen dat het Turkse consulaat wil weten wat er speelt in de Turkse diaspora en zich als schild wil inzetten tegen maatschappelijke vervolging en dehumanisering van Turkse Nederlanders, maar we mogen, zonder dat we elkaar zo goedkoop en snel mogelijk betichten van het steunen van de parallelle staat, propagandist van deze of gene te zijn of het huisallochtoonschap, best eens op onze strepen staan en toegeven dat het doorgeven van namen van mensen die de Turkse president beledigen, een hellend vlak is waar we ons niet op moeten begeven. Daarnaast lijkt mij de bestrijding van discriminatie, Turkenhaat en uitsluiting in Nederland een taak voor de Nederlandse overheid. Tenminste, als zij er klaar voor is om de olifant in de kamer aan te wijzen dat institutioneel racisme en stelselmatige achterstelling heet.

Het probleem ligt niet alleen bij Turkije of de Turkse president. Zowel het probleem als de oplossing liggen hier in Nederland. Voor hen die het willen zien. Voor hen die over hun beledigingshonger van moslims en Turken kunnen stappen. Het is (nog) niet te laat, maar de Nederlandse overheid dient daarvoor wel radicaal van koers te wijzigen in haar benadering van de islamitische gemeenschap in het algemeen en de Turkse gemeenschap in het bijzonder. Het is niet erg om jezelf eens onder de loep te nemen.