Home Opinie We missen iets

We missen iets

Ik maak me zorgen om onze Turks-Nederlandse jongeren, om hun toekomstperspectieven en houdingen in kwesties die ons en onze gemeenschap hier in Nederland aangaan.

We zijn continu bezig met het bejubelen van de aanleg van wegen en bruggen, en onszelf schouderklopjes aan het geven over wat voor een geweldige prestatie Turkije verricht. 

De discussies, vaak zie je ze voorbij komen onder artikelen of items waarin de Turkse president ergens van beschuldigd of beledigd wordt of een filmmaker of dichter die iets heeft gezegd over de terreurorganisatie PKK of de Armeense kwestie waaruit zou blijken (uiteraard) dat wij Turken de eeuwige daders en woestelingen zijn, hele lappen tekst waarin degene die zich eraan bezondigd, wordt uitgemaakt voor “Armeens kwakje, terroristenvriend, Turkenhater, islamofoob, jaloers” (Op alle bruggen en wegen) of “Onderdeel van de parallelle-staatsstructuur”. Hoewel de infiltratie door de FETÖ in structuren van de Turkse staat zorgwekkend is, moeten we, vind ik, niet achter elke boom een lange arm van de prediker uit Pensilvanya zoeken.

Advertentie

Wat ik me uit mijn jeugd herinner zijn de dagelijkse Koranlessen waar ik na schooltijd heenging. Het is aan moslims de taak om hun kinderen de islam bij te brengen en dit op een zo goed mogelijke manier te doen. Voor mijn ouders was dit de reden dat we het voorrecht hadden om ons alvast voor te bereiden op het hiernamaals. In onze buurt zat de Koranschool van de Süleymanci-beweging, één van de meest gedisciplineerde stromingen wanneer het aankomt op het leren van de heilige geschriften. Je leerde er vloeiend Arabisch lezen. Ikzelf heb de Koran twee keer uitgelezen als kind. Wat ik las wist ik toen niet en dat was ook van ondergeschikt belang, zeiden ze. Pas op latere leeftijd leerde ik wat de teksten die ik als kind opdreunde in de kleine houten Mescid van de Süleymanci-beweging nou betekenden, via Korans met Turkse vertalingen ernaast en later op het internet. Ik was allerminst tevreden over de geboden diensten en het pedagogische klimaat waardoor ik mezelf vaker begaf naar een trapveldje voor het voorzien in mijn lichamelijke behoefte aan sport (Volgens de piramide van Maslow toch écht één van de primaire behoeften) dan naar de Koran-school. Waar in mijn tijd op zeer strenge wijze les werd gegeven. Geen lolletje kan ik je vertellen. Menig kind heeft hierom op jonge leeftijd een antipathie ontwikkeld voor het zich werkelijk interesseren in en zich te verdiepen in de kernwaarden van de religie. Het werd gezien als een verplichting, een routine- en plichtmatig uitgevoerde handeling. Onlangs kwam ik één van de imams tegen die nogal streng lesgaf en ook in het straffen onverbiddelijk was. Naast hem stond een jongeman van hooguit 27. De nieuwe imam zo bleek. Ik heb de imam, inmiddels een slanke bejaarde man, ronduit verteld dat ik hem als persoon respecteer, maar dat ik zijn manier van lesgeven niet een geschikte vond. De jongeman die naast hem stond, knikte instemmend. “Ja, dat was toch echt fout vroeger”, zei hij. Die oude rotten wisten niet beter dan dat je als een militaire drilinstructeur de leer -In dit geval het kunnen lezen van de heilige Koran- moest bijbrengen. Tegenwoordig gebeurt dat met aandacht voor de leercapaciteiten van het kind, wist de nieuwe imam me te vertellen, en alles in een pedagogisch verantwoorde lesomgeving: “De kinderen hebben er niets aan als ze niet van nature geïnteresseerd raken. Wanneer je ze dwingt om iets te lezen en om het als plichtmatige handelingen te beschouwen, dan vervreemd je ze juist”. Hij had een punt. Maar we missen iets. We missen naast het inhoudelijk overbrengen van de religie aan onze kinderen nog iets. Hoe zit het met de cultuur en wetenschappen. Missen we niet iets heel essentieels?

We missen opiniemakers, filmmakers, dichters, comedians, kunstenaars, woordengoochelaars, acteurs, nieuwslezers, documentairemakers, fotografen en ga zo maar door. Wij als Turks-Nederlandse gemeenschap lopen mijlenver achter wanneer het aankomt op de kunsten en de creatieve industrie. We klagen steen en been over de documentaireserie Bloedbroeders en het feit dat pro-PKK columnisten een podium krijgen in grote landelijke kranten en hulp ontvangen van allerlei fondsen om hun creatieve producties te financieren, waarin ze zich maximaal inzetten voor hun zaak: pro-PKK of meer gericht op het criminaliseren van Turken. Wij hebben elkaar, onze eigen kleine gemeenschapjes, onze eigen kleine clubjes, de Nurcular, de Suleymancilar, de Diyanetçiler, de CHP’ciler, de MHP’ciler, de AKP’ciler. Zelfs binnen die clubjes heb je weer allerlei kleine splinterclubjes die niet de algemene leer of lijn van de beweging volgen, maar een eigen fractie met eigen ongeschreven regels. Wij Turkse Nederlanders zijn versplinterd en ineffectief, omdat er sprake is van een continue infighting. We zijn elkaar steeds aan het bevechten, waardoor we effectief niet toekomen aan het ontwikkelen en het stimuleren tot ontwikkeling van onze jongeren en kinderen om zich te interesseren in de kunsten of in de journalistiek. Takken van sport die daadwerkelijk impact hebben op een samenleving.

We zijn continu bezig met het bejubelen van de aanleg van wegen en bruggen, en onszelf schouderklopjes aan het geven over wat voor een geweldige prestatie Turkije (op internationaal vlak) verricht. Alles goed en wel, maar wat hebben wij eraan hier in Nederland? Turkije is voor mij altijd nummer één, het heeft een bijzonder plekje in mijn hart en ziel. Het is waar ik mijn laatste reis naartoe zal maken, maar laten we als-je-blieft stoppen met de haast sadomasochistische zelfverheerlijking en ons pragmatischer opstellen naar wat ons hier in Nederland te wachten staat, als we nog langer onszelf in slaap sukkelen met succesjes en niet wakker worden.

Als we willen dat onze zorgen en zienswijzen serieus worden genomen, buiten de gebruikelijke kanalen van diplomatie om, dan dienen we ons in te vechten in de media, politiek en de kunsten om onze grieven kenbaar te maken. Als we een evenredige hoeveelheid tijd die we besteden aan het doorgeven van de religie aan onze kinderen, spenderen om onze kinderen en jongeren ook te interesseren in de cultuur en wetenschappen, dan is het niet te laat en kunnen we het tij keren. We moeten het alleen willen. Voor nu ziet het er naar uit dat we het best vinden hoe het nu gaat en dat baart me enorm veel zorgen.