Home Nieuws VOLT-kandidaat Nilüfer Gündoğan: voor progressiviteit en tegen populisme

VOLT-kandidaat Nilüfer Gündoğan: voor progressiviteit en tegen populisme

Nilufer Gundogan

In aanloop naar de Europese Verkiezingen interviewden we Nilüfer Gündoğan voor het laatst in 2019 op dit platform. Met bijna een half miljoen stemmen in de EU lukte het de partij om voet aan de grond te krijgen in het Europarlement. Het momentum voor VOLT groeit ook in ons land en daarmee dus ook de kansen voor Nilüfer, die op plek twee van de VOLT-lijst staat, om zitting te nemen in de Tweede Kamer. VOLT staat inmiddels op drie zetels in de peilingen. De partij heeft onorthodoxe voorstellen zoals de terugkeer van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, een Ministerie van Digitale Zaken en het opzetten van een Constitutioneel Hof waar bijvoorbeeld uitingen in de samenleving getoetst kunnen worden aan de Grondwet. Ook wil VOLT investeren in Openbare Bibliotheken, de sociale advocatuur en in overleg treden met pensioenfondsen en verzekeraars voor de bouw van nieuwe duurzame woningen waar een vooraf gesteld maximum rendement behaald mag worden. We leggen Nilüfer een set vragen voor over haar standpunten en haar motivatie om voor VOLT in de Kamer te gaan.

Waarom heb je gekozen voor Volt?

“Alle grote problemen van vandaag de dag kan de natiestaat niet aan, dus om die reden heb je samenwerking op Europees niveau nodig. VOLT is de enige die dat doet met hetzelfde programma en principes in heel Europa. Alle andere partijen hebben zusterpartijen, waarmee ze soms heel ver uit elkaar staan. Wij hebben in alle landen dezelfde plannen over Europese belastingen, abortusrechten, humaner opvang en bijvoorbeeld de transitie van de grijze naar de groene economie. We zitten in de basis dus heel dicht tegen elkaar aan.”

Over de plotselinge stijging in de peilingen zegt Nilüfer dat ze hard hebben gewerkt, maar ook geluk hebben gehad.

“We hebben gewoon veel geluk, omdat mensen zin hebben om iets nieuws te omarmen dat verder gaat dan soundbites en polarisatie. Mensen verlangen naar evenwichtigheid en nuance. Iets wat niet lang de norm is geweest in de politiek. VOLT is buitengewoon goed aangeslagen in Nederland en het heeft me wel geraakt dat andere mensen er nu ook in geloven.”

Met identiteitspolitiek ga je discriminatie niet bestrijden

Hoe kan Volt het vertrouwen van kiezers met een migratieachtergrond winnen?

“Er is onderzoek gedaan naar de verschillende verkiezingsprogramma’s en VOLT is daaruit gekomen als partij die het meest diametraal tegenover populisme staat. Ons verkiezingsprogramma dient ter bescherming van democratie en de rechtsstaat. Wij willen bijvoorbeeld ook een Minister van kansengelijkheid. Het beschermen van een liberale democratie, de rechten van minderheden, is niet een bijzaak waar je met de bril van identiteitspolitiek naar moet kijken, maar met een constitutionele blik. Dan ontstijg je de discussie van polarisatie. Ondanks de omslag van politieke partijen die zich brede willen positioneren, zie je dat daar een bepaalde houdbaarheid aan zit. Partijen ontstaan omdat er behoeftes zijn in een samenleving en wij denken dat populistische partijen er zijn omdat het systeem niet goed is. Angst is wat populisten voedt. Alle politieke partijen accepteren de regels van de politiek, behalve de populisten. Als het voor hen niet goedschiks gaat, dan zetten ze daar andere methodes voor in. Ik denk dat je met progressiviteit veel meer bereikt dan met identiteitspolitiek. Met identiteitspolitiek ga je discriminatie niet bestrijden en we moeten die angel eruit trekken. De weg die VOLT wil doorlopen is misschien saai en duurt lang, maar het is wel een weg die werkt. In Canada bijvoorbeeld hebben ze een ontzettend sterke Grondwet die door de hele samenleving wordt gedragen en getoetst. Daarom zijn we ook voor een Constitutioneel Hof. Of partijen die anti-grondwettelijk zijn verboden moeten worden is lastig. Ik hou er niet van om over andere politici te praten, maar het feit dat Wilders zegt dat alle godsdiensten mogen blijven, maar niet de islam, is niet constitutioneel. Als de AFD dat in Duitsland had gedaan, dan had iedere journalist daar stampij over gemaakt. Iedereen in Duitsland had geweten dat dat niet kan, want het houdt niet stand bij het Constitutioneel Hof. Het zegt iets over dat we in Nederland weinig kennis en toetsing hebben van de Grondwet.”

Hoe denkt u over het bijzonder onderwijs?

“Wij willen artikel 23 aanpassen, zodat de financiering voor alle scholen met een religieuze grondslag niet meer gefinancierd worden en dat privéscholen waar in de praktijk alleen maar kinderen van vermogende ouders naartoe gaan, verboden worden. Waar wij heel erg van gecharmeerd zijn, is het Finse/Zweedse model van onderwijs. In Finland is bij wet privéonderwijs verboden. Wat je daar ziet, is dat daar volgens rapporten van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD) de grootste sociale mobiliteit is. Dat was voor ons de drijfveer. Het is niet om mensen iets af te pakken, maar om een systeem op te zetten dat meer recht doet aan de behoeften van kinderen. Als jouw ouders modaal verdienen in Emmen is de kans groter dan wanneer je in Alphen aan de Rhijn woont, dat je een achterstand blijft houden. Er is nu kansenongelijkheid in het onderwijs, omdat bepaalde steden meer concentraties hebben van mensen die minder verdienen, en dat dienen we te repareren. Deze achterstanden ontstaan al voor kinderen vanaf 4 jaar. Ervaringen uit Finland leren ons dat door het bestaan van privéscholen ook de druk afneemt om de kwaliteit van het openbaar onderwijs te verbeteren. En juist het openbaar onderwijs, waar kansen voor alle kinderen liggen, willen wij verbeteren. Je kan niet met artikel 23 op een andere manier uit de voeten zonder dat je het alleen maar aanpast voor één groep. Het is alles of niets. En daar valt dus ook het christelijk onderwijs onder. Je kunt niet shoppen in een wet. Of je nu jong of oud bent of hoe lang je al Nederlander bent, dat maakt niet uit. We kunnen geen onderscheid maken. Jongeren met een migratieachtergrond hebben momenteel minder kansen als ze in bepaalde achterstandswijken wonen. Het systeem is niet goed.”

Wat zijn uw standpunten over migratie?

“Ik ben enorm gefascineerd door Canada. Het is een heel intrigerend land. Ik ben er nog niet geweest, maar wat Canada het beste doet, naast het hockey, is dat het heel trots is op haar multiculturele samenleving. Ze hebben meer vluchtelingen dan de VS opgenomen, terwijl ze minder populatie hebben. Wat Canada denk ik heel goed doet, is een eerlijk debat voeren over migratie, arbeidsmigratie en andere vormen van migratie. Daar zijn ze trost op. We zijn in de ban geraakt van populistische politici zoals Fortuyn en Wilders, en al het andere wat je op rechts ziet, zoals Baudet en Eerdmans, is van hetzelfde laken een pak met haar hatelijke retoriek. Ik snap dat een bepaald land een absorptievermogen heeft en dat een land een X aantal vluchtelingen kan opnemen. Canada doet dat anders en kijkt bijvoorbeeld naar de arbeidsbehoefte in alle sectoren. Daarnaast reserveren ze een bepaald percentage voor mensen die onveilig zijn. Volgens het OECD heeft Canada het beste migratiemodel ter wereld ontwikkeld. We moeten vluchtelingen humaan behandelen, los van of ze hier definitief mogen blijven of niet. Wat we nu zien is dat we door de bodem van fatsoen zijn gezakt. Als ratten een de tenen van kinderen knagen, zoals in Griekenland gebeurt, dan is die schaamte voor ons. Het Europees parlement heeft voorstellen ingediend hoe we vluchtelingen humaan kunnen opvangen, maar in de raad gaat het mis door enkele landen die voorstellen kunnen torpederen. Dan komt het aan op bilaterale afspraken, bijvoorbeeld een Nederland die 500 kinderen zou opnemen, maar zelfs dat voeren we niet uit. Tot dusver zijn er maar 12 kinderen opgenomen. We moeten een ander debat voeren, net als de Canadezen. De enige manier om uit de impasse te komen, is met elkaar een fatsoenlijk debat voeren over de feiten. Noem me naïef, maar ik blijft er vertrouwen in hebben dat dat de weg voorwaarts moet zijn.”

EU-landen oreren altijd over democratie, vrijheid en dat soort frasen, maar tegelijkertijd zien we dat ze wel samenwerken met de Syrische tak van de separatistische terreurgroep PKK, die volgens Europol ook een groot deel van de mensen- en drugshandel in Europa in handen heeft en zich ook in ons land bedient van afperspraktijken. Tegelijkertijd lezen we dat het Europarlement op 9 maart met een meerderheid heeft gestemd voor het opheffen van de immuniteit van de Catalaanse leider en Europarlementariër Puigdemont en drie anderen, omdat Spanje ze wil vervolgen voor separatisme door middel van een referendum voor onafhankelijkheid. Hoe rijmt dit met elkaar?

“Ik dacht dat daar dingen waren gebeurd die niet helemaal zuiver zijn. Hij heeft dingen gedaan die niet helemaal deugen, maar ik kan me voorstellen dat dat dossier meer politiek beladen is dan het met feiten te maken heeft. Dat de EUU dus kiest voor Madrid in plaats van voor de Catalanen. En dat is waar VOLT het niet mee eens is. We zijn idealistisch, soms tegen het naïeve aan. Er is in het Nederlands parlement, ook in EU, ook in de wereld, een soort van acceptatie gekomen dat we zeggen ‘zo doen we dat nou als koehandel in de politiek’. Wat we nodig hebben zijn frisse ideeën. Out with the old and in with the new. Ik vind het ook afgrijselijk dat wapens die we bijvoorbeeld aan Saudi Arabië en Egypte leveren kunnen worden gebruikt in Jemen. De politiek verwacht van je dat je op alles een politiek antwoord heb. Maar soms volstaat een menselijk antwoord. Om de oorlog in Jemen af te keuren, is daar niets anders voor nodig dan mens zijn. Het meten met twee maten is iets wat me verdrietig en misselijk maakt. Het ondermijnt vertrouwen, samenwerken en constructief handelen.”

De EU heeft landen zoals Bulgarije en Cyprus met gemak toegelaten, terwijl het voor Turkije steeds de doelpalen verplaatst met de Kopenhagencriteria. Hoe denk je over Turkije en toetreding tot de EU?

“Ik denk dat voor de stabiliteit van de EU en Turkije, het slimste is om elkaar op te zoeken en naar elkaar toe te groeien. Turkije en de EU zitten redelijk in hetzelfde schuitje. Maar je ziet ook dat bepaalde landen geen rationele politiek bedrijven met betrekking tot Turkije. Een Cyprus en Griekenland, dat met regelmaat haar woede naar Turkije uit. Frankrijk heeft een appeltje te schillen met Turkije. Iedereen heeft een emotioneel appeltje te schillen met elkaar en dat staat alle logische en pragmatische oplossingen in de weg. En ik hoop met VOLT die gezonde discussie te voeren. Ik denk dat we daar open over kunnen zijn. Turkije is natuurlijk in omvang en formaat veel groter dan andere landen. Kleine landen kunnen in een groter geheel gladder worden getrokken. Turkije is vele malen groter dan Bulgarije. Ook de angst speelt mee, dat Bulgarije een communistische satelliet dreigde te geraken. Als Turkije het formaat van Griekenland had gehad, denk ik dat Turkije allang was toegelaten. Voor een aantal christelijke partijen speelt natuurlijk ook wel mee dat Turkije islamitisch is. Er zijn twee grote vraagstukken wat betreft Turkije; hoe organiseer je een toetreding en het andere is, en daar hebben beide partijen debet aan, de EU maakt de Kopenhagen criteria steeds ingewikkelder voor Turkije en Turkije marchandeert met de rechtsstaat. En dat is te wijten aan beide partijen. Terwijl je als je verder kijkt dan vete’s en vendetta’s tot de objectieve conclusie zou kunnen komen dat het beter is om samen op te trekken.” 

LEES HIER OVER DE STANDPUNTEN VAN VOLT.