Home Opinie De vijand van mijn vijand is mijn vriend

De vijand van mijn vijand is mijn vriend

© Bob Scholte / Demonstratie tegen Militaire Coup Turkije in Rotterdam

Sinds de “criminele vluchtelingendeal” zijn we geobsedeerd door Turkije. We voelen ons verbonden in de “gezamenlijke vijand Erdoğan”. Wie niet onderschrijft dat Erdoğan een dictator is, is een aanhanger van Erdoğan, een klik-Turk, een dreig-Turk en zijn integratie is mislukt. Het liefst zien we islamitische scholen en organisaties sluiten in Nederland, behalve als die van de vijand van onze vijand zijn, die van Gülen.

Advertentie

We vinden het heel normaal dat een GroenLinks-raadslid vanwege zijn politieke voorkeur in Turkije, een stem op de AK-partij, uit zijn partij wordt gezet en gevraagd wordt om zijn raadszetel op te geven. Immers een stem op Erdoğan impliceert een antidemocratische houding. “AK-partij stemmende Turken staan met hun rug naar de Nederlandse samenleving, ze zijn niet loyaal aan ons”, is het stigma. Hoe men hier de partijbeginselen van GroenLinks kan onderschrijven en elders op een partij die geenszins op GroenLinks lijkt, kan stemmen, daar snapt men niets van. Turks opportunisme wordt het genoemd: ‘Hier het beste voor ons, daar het beste voor ons.’ Nee, zulke mensen willen wij niet in ons midden, die treden we met wantrouwen tegemoet. Wat maakt het uit dat hij een GroenLinkser in hart en nieren is, die onze partijbeginselen onderschrijft en uitdraagt? Een stem voor Erdoğan, is een stem tegen ons. We creëren een klimaat waarin mensen niet meer voor hun politieke voorkeur uit zullen durven te komen. Dat wilden we toch niet in Nederland, de onderdrukking van Gülenisten door Erdoğanisten? Als reactie daarop gaan we Erdoğan-aanhangers stigmatiseren en met wantrouwen tegemoet treden. Heel logisch, zo los je problemen op…

Hoe spot je eigenlijk de Erdoğanist? Is hebben van een Turkse naam, een kritische houding tegenover de Gülen-cultus en terreurorganisaties als PKK en YPG voldoende? Is het zo makkelijk om de “Erdoğan-Turk” te definiëren? In Nederland stoppen we mensen graag in overzichtelijke hokjes. Eenmaal in het hokje, komt het gal in ons naar boven. We willen het spuwen, het voelt zo goed. De aannames vliegen nu in een rap tempo onze mond uit. Het is een stortvloed. Immers sympathie voor Erdoğan betekent dat je vóór de doodstraf en tegen het vrije woord bent. Vragen doen we niet, luisteren naar de gegeven antwoorden ook niet. Onze mening staat al vast. We hebben hier te maken met een gevalletje ‘mislukte integratie.’ Punt.

Vrijwel niemand schijnt te begrijpen dat er veel Turken zijn die noch pro-Gülen, noch pro-Erdoğan zijn. En waar men hun hersenen al helemaal over kraakt, is hoe het kan dat zelfs seculiere Turken post-coup met Erdoğan sympathiseren. Nee, sympathiseren betekent niet: het goedkeuren van massaontslagen, het opsluiten van journalisten of voor de doodstraf zijn. Dat is te kort door de bocht, wanneer we echter alle geopolitieke ontwikkelingen met betrekking tot Turkije op een rijtje zetten, is sympathie voor de huidige Turkse regering niet zo gek. Een sterk Turkije die overeind blijft by all means necessary, verkiest de gemiddelde Turk boven zijn individueel belang. Ook ik maak me daar “schuldig” aan. Ik dochter van een linkse vader, seculier, hier geboren en getogen, zal nooit op de AK-partij stemmen. Mijn kritische houding tegenover de Turkije berichtgeving door de Nederlandse media, wordt gezien als ‘sympathie’ hebben voor Erdogan. Nee, sympathie is een groot woord, het is kiezen voor het minst kwade…

Journalisten schrijven zich suf over hoe moeilijk de Gülenisten het hebben. De Gülenist laat het niet na om met het hoofd lichtjes naar beneden gebogen bij Pauw aan te schuiven. Slachtofferschap cultiveren doe je het beste met de daarbij behorende lichaamstaal! ‘Ze willen ons de mond snoeren, we voelen ons bedreigd, onze bedrijven gaan failliet en ze willen ons het vrije woord afnemen!’ Et voilà, de #jesuisGülen Nederlander is geboren. Vervelende incidenten hebben ongetwijfeld plaatsgevonden en ik keur die af. Waar ik me aan stoor, is dat de Gülenisten door die incidenten ineens tot martelaren van het vrije woord zijn gebombardeerd. Kritiek op de beweging of op hun wijze van berichtgeving in hun krant Zaman, wordt afgedaan als “pro-Erdoğanisme en dus niet serieus te nemen”. Hoe durf je ook inhoudelijke kritiek te leveren op een man die bedreigd wordt door boze Erdoğanisten?! De dreig en klik-Turken hebben het verpest voor ons. Dat de propagandamachine aan beide zijdes op volle toeren loopt, de Nederlandse media zich duidelijk pro-Gülen of in ieder geval anti-Erdoğan opstelt, laat de gemoederen alleen maar hoger oplopen. Boze Nederlanders die roepen dat we Turkse kwesties niet in Nederland moeten uitvechten. Turkse kwesties? Iedere kwestie waar burgers in Nederland, jawel ook Turkse Nederlanders mee worstelen is een Nederlandse kwestie. De Gülen scholen en internaten zijn gevestigd in Nederland en zo ook de krant Zaman, wiens redacteurs zeggen Gülen-geïnspireerd te zijn. We willen er niet mee dealen en vinden het vreemd dat iets wat zich buiten de grenzen van ons landje heeft afgespeeld, zo’n grote uitwerking hier kan hebben. We gooien het voor het gemak op “de gefaalde integratie”, lekker makkelijk, hoewel tegenwoordig het begrip integratie makkelijk wordt verward met assimilatie.

Hordes #jesuisebru Nederlanders scharen zich nu achter de Gülenisten en proberen mij monddood te maken en weg te zetten conform het stigma dat de media ze voorgekauwd heeft. Wat ik niet begrijp, is dat ze de Gülenbeweging niet met dezelfde blik bekijken als waar ze Erdoğan mee bekritiseren. Het lijkt mij namelijk veel logischer dat iemand die tegen Erdoğan is, ook tegen Gülen is. Echter wanneer je je beeld alleen laat vormen door Pauw en DWDD, dan begrijp ik dat je meegaat in het gecultiveerde slachtofferschap van de aanhangers van Gülen.

Waar zijn de journalisten die voor de coup kritische reportages maakten over de Gülen-scholen? En wat is er met de politici gebeurd die onderzoek wilden doen naar het wel en wee op deze scholen? De publieke opinie is als een blad aan een boom omgedraaid. Immers de kwestie Gülen komt ons nu geweldig goed uit. Waren we voor de coup bezig om alle Turken te stigmatiseren en weg te zetten als tweederangs burgers, spelen we de Turkse bevolking nu liever tegen elkaar uit. Wel zo makkelijk en vervolgens roepen we ‘Zie je nou wel!’

Regelmatig verschijnen krantenartikelen die politici klakkeloos overnemen, en moord en brand roepen, om 2 dagen later de rectificatie onder ogen te krijgen. Dan zegt men: ‘Oeps, ja het lag toch anders. We hebben een vergissing gemaakt.’ En daarmee is de kous vaak af. Journalisten komen ermee weg en de politici ook. De schade die berokkend wordt aan de Turks-Nederlandse bevolking, daar maalt niemand om.

Turken zijn opportunisten die puur om economische redenen naar Nederland zijn gekomen. Die zullen nooit integreren (lees: assimileren), hun gevoel van nationalisme is vergelijkbaar met het nationaalsocialisme“, is de publieke opinie. Politici wagen zich er al voorzichtig aan om vergelijkingen te trekken tussen Marokkanen en Turken, waarin je als je goed luistert “Die Marokkanen zijn de ergste nog niet” hoort. “Ach die paar straatcriminelen, die kunnen we wel aan“, moet men denken, “het echte gevaar loert in de Turk.”