Home Opinie Umar verklikte Ayaan Hirsi Ali bij minister Verdonk in 2004

Umar verklikte Ayaan Hirsi Ali bij minister Verdonk in 2004

Ebru Umar, de onlangs in Turkije door de Turkse politie gezelschap gehouden stukjesschrijver en die tot in den treure bejubeld is als martelaar van het vrije woord (zelfs door megahypocriet Kenneth Roth van Human Rights Watch die haar al tot journalist heeft gebombardeerd), klaagt steen en been over verklikkende Nederturken, maar verklikte eind 2004 zelf Ayaan Hirsi Ali bij de toenmalige minister Verdonk.

Hoewel niet met zekerheid gezegd kan worden dat Nederturken Ebru Umar verklikt hebben bij de Turkse overheid, en waar het vermoedelijk gewoon Turken in Turkije waren die haar haatstukjes hebben opgemerkt en deze doorgegeven aan de gouverneur van Aydin, en waar ze zich over beklaagd sinds enkele dagen, kan er met zekerheid vastgesteld worden dat Ebru Umar de verklikker was van Ayaan Hirsi Ali bij ex-minister Rita Verdonk.

Beetje hypocriet, nietwaar?

Het AD meldde daar in 2006 het volgende over:
“Minister Verdonk (Vreemdelingenzaken) is er eind 2004 al op gewezen dat Hirsi Ali een valse naam gebruikt. Columniste Ebru Umar stuurde destijds de minister een artikel met de echte naam van Ayaan. In het artikel, in de vorm van een open brief, staat letterlijk: ,,Hirsi Ali – Magan heet je toch eigenlijk Ayaan?’’

In de Tweede Kamer zei Verdonk dinsdag dat ze pas vorige week over de valse naam hoorde.

Verdonk nodigde Umar begin 2005 uit om op het departement te praten over haar artikel, geplaatst in het blad Propria Cures. De columniste over het gesprek op 21 april 2005: ,,Ik heb Verdonk voorgehouden dat Ayaan liegt en bedriegt. Ze is een leugenaar. Ik vind het ongelofelijk dat Verdonk nu zegt dat ze eerder niet wist dat de naam vals was.’’ In haar boek Geen talent voor liefde beschrijft Umar in het najaar van 2005 het gesprek met Verdonk.
,,Blijft dit gesprek onder ons? vraagt Rita bij binnenkomst. (…) Dan pakt ze een mapje tevoorschijn, waarin de Propria Cures met mijn open brief aan Ayaan zit. (…) Ik (Verdonk) vroeg mij af waarom iemand mij een dergelijk artikel stuurt. Ik dacht laat ik die mevrouw dat zelfs eens vragen.’’