Home Nieuws Tweede Kamer: kritiek op Israël is antisemitisme

Tweede Kamer: kritiek op Israël is antisemitisme

DELEN

De Tweede Kamer heeft dinsdag een motie van de fundamentalistisch christelijke partij SGP aangenomen waarin de regering wordt verzocht om steun te verlenen aan het hanteren van de corrupte IHRA-definitie van antisemitisme. Met de IHRA-definitie van antisemitisme wordt kritiek op Israël ook beschouwd als antisemitisch. Tegenstanders van de definitie, waaronder de bedenker ervan, vinden dat de IHRA-definitie wordt misbruikt door de Israëlische lobby om critici van Israël te criminaliseren en de mond te snoeren. VVD, SGP, CDA, ChristenUnie, PVV, Forum voor Democratie en 50 Plus stemden voor de motie.

Wie zich tegen de illegale Israëlische bezetting, kolonisering, annexatie en oorlogsmisdaden in Palestina uitlaat en oproept tot bijvoorbeeld een boycot van producten uit illegale joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, kan met deze zogezegde werkdefinitie in de hand al worden gebrandmerkt als antisemiet.

Hakenkruis op moskee geregistreerd als antisemitisme

Volgens de werkdefinitie antisemitisme is het bijvoorbeeld antisemitisch om te stellen dat het bestaan van de Israëlische Staat een racistische onderneming is. Ook het hanteren van dubbele standaarden door te verwachten dat Israël zich op een bepaalde wijze gedraagt, terwijl dit niet van andere democratische landen wordt gevraagd, is volgens de werkdefinitie antisemitisch. De zionistische lobbygroep CIDI, die ook antisemitisme zegt te monitoren, hanteert dezelfde werkdefinitie en telt uitspraken zoals ‘IDF is SS’ of ‘Israël is een Apartheidsstaat’ ook mee als antisemitisme. Tot voor kort werden hakenkruizen op moskeeën zelfs meegerekend als antisemitisme.

Joodse organisaties tegen IHRA-werkdefinitie

Progressieve joodse organisaties hebben zich fel gekeerd tegen de werkdefinitie, toen deze nog niet was aangenomen door het Europarlement. De Europese Commissie, evenals de Tweede Kamer, hebben de problematische werkdefinitie niet overgenomen. Ook de bedenker van de IHRA-definitie van antisemitisme waarschuwt voor het misbruik ervan. Volgens Kenneth Stern was zijn IHRA-definitie nooit bedoeld om in een wet te verankeren. Nu wordt zijn definitie, bedoeld om antisemitisme te registreren, misbruikt door de Israël-lobby als politiek middel om de vrijheid van meningsuiting te ondermijnen.

Slachtofferrol

De joodse rabbijn Lody van der Kamp had in 2015 al kritiek op de obsessie met antisemitisme. Van der Kamp spreekt van een “Hobbymatige obsessie voor antisemitisme door joden, als iets om in te geloven en iets over te roepen“. Volgens hem zitten joden in Nederland vastgebakken in de slachtofferrol. Zo sterk dat het een slachtofferrol is.

Antisemitisme drijft zionisme

Journalist Max Blumenthal, zelf van joodse komaf, is kritischer over deze obsessie van de Israëllobby met het antisemitisme:
Ik denk dat de fanatieke zionist niet echt geeft om antisemitisme en de diaspora. Ze geven niets om het destabiliseren van het Joodse leven. Eén van hun angsten is juist de afwezigheid van antisemitisme, want zonder antisemitisme in het Westen is er geen politieke rechtvaardiging voor het project dat zionisme heet, die geacht wordt te bestaan als toevluchtsoord voor antisemitisme. Op vele manieren werken ze in de praktijk juist samen met antisemieten. Ik dacht altijd dat een antisemiet iemand was die Joden haat, maar nu kom ik er achter dat het iemand is die sommige Joden haten.

Esther Voet maakt zoon van Holocaust-overlevende uit voor excuus-Jood