Home Nieuws Moslim krijgt lagere uitkering omdat hij weigert baard af te scheren

Moslim krijgt lagere uitkering omdat hij weigert baard af te scheren

De centrale raad van Beroep heeft dinsdag een uitspraak gedaan in een zaak waarbij een bijstandsgerechtigde islamitische man een lagere uitkering kreeg omdat hij weigerde om zijn baard af te scheren.

De gemeente verlaagde de uitkering van de man, omdat de betrokkene weigerde om zijn baard af te scheren. Hem was een opleiding tot asbestverwijderaar met baangarantie aangeboden. De man werd verplicht om zijn baard af te scheren alvorens te starten aan de opleiding in verband met het dragen van een verplicht veiligheidsmasker. De betrokkene beriep zich op het recht om een baard te dragen uit geloofsovertuiging en weigerde om zich te scheren.

Het CRvB oordeelde dat het dragen van een baard in het geval van de betrokkene weliswaar onder de vrijheid van godsdienst valt en dat het verbod om een baard te dragen bij deelname aan de opleiding tot asbestverwijderaar een inbreuk op de vrijheid van godsdienst is, maar oordeelde tegelijkertijd dat de inbreuk gerechtvaardigd was vanwege regelgeving van de arbeidsinspectie.

De arbeidsinspectie verplicht dat asbestverwijderaars een masker dragen dat goed op het gezicht aansluit om gezondheidsrisico’s te verkleinen. Maskers worden daarop getest, maar dat kan alleen als de drager gladgeschoren is. Dit is een verplichting die wettelijk is vastgelegd en noodzakelijk is in het belang van de gezondheid van de werknemer. Daarom is in dit geval de inbreuk op de vrijheid van godsdienst toegestaan. Daar komt bij dat de man weinig andere kansen had op het vinden van werk. De opleiding was voorzien van een baangarantie en een uitgelezen kans op betaald werk. Met zijn weigering om deel te nemen aan de opleiding legt betrokkene een onnodige druk op de publieke middelen. Voor de verlaging van de bijstand in deze zaak had de gemeente dus een geldige reden,” aldus het oordeel van de Centrale Raad van Beroep.