Home Overig MGT Jongerenfederatie organiseert ‘’Woordenschatspel’’

MGT Jongerenfederatie organiseert ‘’Woordenschatspel’’

“Turks-Nederlandse jongeren kunnen zich in zowel het Turks als het Nederlands meestal niet naar behoren uitdrukken. Naar onze mening komt dat grotendeels door het niet goed beheersen van de moedertaal. Op school maken we kennis met nieuwe termen. Helaas nemen we niet de geringste moeite om de equivalenten in onze moedertaal te leren. Hierdoor missen we de nuances in de Nederlandse taal. We weten het verschil tussen bijvoorbeeld tonen en wijzen niet. Of we kennen het verschil tussen opmerken en aanmerken niet. Daarenboven vinden wij het een schande dat een persoon woorden in zijn moedertaal niet kent, terwijl hij of zij deze woorden in mindere mate wel in het Nederlands herkent. Het stelt voor de jongere van vandaag niets voor als wij het woord ‘umûmî efkar’ gebruiken, terwijl het overeenkomstige woord in het Nederlands, namelijk ‘publieke opinie’ veel vertrouwelijker overkomt. Jammer genoeg zien wij ook jongeren die de woorden, die onlosmakelijk aan onze traditie en cultuur verbonden zijn, niet kennen. Denk hierbij aan woorden als ‘tâziye, hüsnüzan, kader, merhamet, ar en alemdar’.

Om ervoor te zorgen dat Turks-Nederlandse jongeren zich beter kunnen uitdrukken in het Turks en Nederlands hebben we een project bedacht. We hebben 1001 woorden in het Turks geselecteerd. De equivalenten van deze woorden in het Nederlands en Engels hebben we ook opgenomen. Daarnaast hebben we de definitie in het Turks gegeven. Dit boekje is als pdf beschikbaar en het kan tevens afgehaald of besteld worden. Na ruim vier maanden gaan we een toets organiseren. We hebben geweldige prijzen voor jullie geselecteerd. Voor het aanmelden en meer informatie kan je onze website, www.turkcedersi.nl, bezoeken. Ten slotte geven we een gedeelte van het artikel van prof. dr. F. Kuiken om ons verhaal ook wetenschappelijk te versterken:

‘’De moedertaal is onlosmakelijk verbonden met de traditie en cultuur waarin iemand opgroeit, en met het uiten van gevoelens. Die kun je niet zomaar loslaten. Bovendien is die taal ook vaak het (enige) middel waarmee het contact met oma’s, opa’s en eventuele andere familieleden in stand gehouden kan worden.

Goede basis

Taalkundig onderzoek wijst uit dat anderstaligen beter een tweede taal leren als zij over een goede basis in hun moedertaal beschikken. Dit idee is al in 1978 door de Canadees Jim Cummins geformuleerd in zijn afhankelijkheidshypothese. Deze hypothese stelt dat het beheersen van de moedertaal voorwaarde is voor een goede taalvaardigheid in een tweede taal. Wie bijvoorbeeld begrippen als lengte, boos of koker al vanuit zijn moedertaal kent, hoeft die concepten niet in een andere taal te leren, maar enkel het label of woord te kennen waarmee zo’n concept in die andere taal wordt uitgedrukt.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn in Nederland enkele onderwijsexperimenten uitgevoerd die Cummins’ hypothese lijken te bevestigen. Het ging om onderzoek van Frans Teunissen en René Appel waarbij Turkse en Marokkaanse leerlingen via hun moedertaal (respectievelijk Turks en Marokkaans-Arabisch) onderwijs kregen; Nederlands stond als apart vak op het rooster. Deze experimentele groep werd vergeleken met een controlegroep van Turkse en Marokkaanse leeftijdgenoten die vanaf het begin van de basisschool alle lessen in het Nederlands kregen. Zoals verwacht, bleek de vaardigheid in het Turks en Marokkaans-Arabisch van de experimentele groep aan het eind van het onderzoek groter dan die van de controlegroep. Opvallend was echter dat de Nederlandse taalvaardigheid van de experimentele groep niet onderdeed voor die van de controlegroep, en in sommige gevallen zelfs beter was! En dat terwijl de experimentele groep minder taalaanbod in het Nederlands had gekregen. De verklaring van dat resultaat moet volgens de onderzoekers in de afhankelijkheidshypothese worden gezocht. Wie over een goede basis in zijn moedertaal beschikt, leert een tweede taal dus gemakkelijker en beter. In ieder geval blijkt uit bovengenoemd onderzoek dat het gebruik van een allochtone taal niet schadelijk hoeft te zijn voor de verwerving van het Nederlands.

Wel zien we de laatste jaren in onderwijsevaluaties dat leerlingen die thuis alleen Nederlands spreken, of Nederlands in combinatie met een andere taal, het op school beter doen dan leerlingen bij wie thuis helemaal geen Nederlands wordt gesproken. Maar als ouders thuis geen Nederlands willen spreken, of de taal niet voldoende machtig zijn om dit te kunnen, dan doen zij er het beste aan om met hun kinderen veel en goed te communiceren in de taal die ze van huis uit het beste kennen. Zo ontstaat een goede basis. Het is dan wel raadzaam om ervoor te zorgen dat de kinderen voldoende andere taalcontacten in het Nederlands hebben, bijvoorbeeld via de peuterspeelzaal, Nederlandse vriendjes en vriendinnetjes, Nederlandstalige televisieprogramma’s of Nederlandstalige boeken.1’’

Bovenstaand artikel is ingezonden door MGT Jongerenfederatie. MGT Jongerenfederatie is geen onderdeel van DutchTurks.

  1. Prof. dr. F. Kuilen is sinds 2005 bijzonder hoogleraar Nederlands als tweede taal aan de UvA. Hij is (mede)auteur van diverse leergangen en handboeken op het gebied van (tweede)taalverwerving. Voor het volledige artikel: http://www.taalcanon.nl/vragen/moeten-allochtone-ouders-nederlands-praten-met-hun-kinderen/