Home Opinie Inlichtingendiensten praten ook mee op Facebook

Inlichtingendiensten praten ook mee op Facebook

Inlichtingendiensten schaden reputaties van hen die in hun ogen te kritisch zijn en manipuleren het online discours met list en bedrog.

Advertentie

Journalist Glenn Greenwald onthulde in 2014 de werkwijze van de Britse inlichtingendienst Government Communications Headquarters (GCHQ). Hieronder treft u een beknopt verslag van dat artikel:

Een van de meest indrukwekkende verhalen die nog moet worden verteld vanuit het Snowden archief is hoe de westerse inlichtingendiensten proberen het online discours te manipuleren met extreme tactieken van misleiding en reputatie-vernietiging. Het is tijd om een deel van dat verhaal, compleet met de relevante documenten te vertellen.

In de weken voorafgaand aan dit artikel publiceerde NBC News een serie artikelen over de smerige trucjes die ingezet zijn door GCHQ’s geheime eenheid JTRIG (Joint Threat Research Intelligence Group). Dit verslag was gebaseerd op vier geheime GCHQ documenten gepresenteerd aan de NSA en andere drie partners van de Engelstalige “Five Eyes” alliantie (VK, VS, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland). Dit artikel gaat over een nieuw JTRIG document met de titel: “Art of Deception: Training for Online Covert Operations” (De Kunst van bedrog: Trainen voor Geheime Online Operaties).

Met de publicatie van deze verhalen, heeft het NBC-verslag enkele van de belangrijkste, discrete openbaringen belicht: de monitoring van Youtube en Blogger, het aanvallen van Anonymous met dezelfde DDos-aanvallen waarvan ze de hacktivisten beschuldigen, het gebruik van ‘honeytraps’ (mensen lokken naar compromitterende situaties met sex) en destructieve virussen. Glenn richt zich met de onthulling vooral op één overkoepelend punt van alle gelekte documenten, namelijk dat al deze documenten wijzen op één doel: het proberen te controleren, infiltreren, manipuleren en vervormen van het online discours, waarmee men afbreuk doet aan de integriteit van het internet zelf.

Onder de kerndoelen van JTRIG zijn twee tactieken: (1) Het injecteren van vals materiaal op het internet om de reputatie van haar doelwitten te vernietigen; en (2) het gebruik van sociale wetenschappen en andere technieken om het online discours en activisme te manipuleren tot wat het zelf wenselijk acht. Om te zien hoe extreem deze programma’s zijn, bekijk dan de tactieken waarover wordt gepocht om haar wenselijke resultaten te halen: “valse vlag operaties” (plaatsen van materiaal op het internet en ten onrechte toeschrijven aan iemand anders, nep-slachtoffer blog posts (pretenderen een slachtoffer te zijn van de persoon wiens naam ze willen vernietigen), en het posten van “negatieve informatie” op diverse fora. Hieronder is een lijst met voorbeelden van de tactieken in het nieuwste GCHQ document:

Andere tactieken gericht op individuen ziet u hieronder, onder de veelzeggende titel “In diskrediet brengen van een doel” of “Discredit a target“:

Er zijn ook tactieken om bedrijven kapot te maken die de inlichtingendienst als doelwit uitkiest:

GCHQ beschrijft het doel van JTRIG in duidelijke taal: “Het gebruik van online technieken om iets plaats te laten vinden in de echte of de cyberwereld”, inclusief “Informatie operaties” (beïnvloeden of verstoren).

Het doel voor bedrog en reputatie-vernietiging breidt zich uit tot ver buiten de gebruikelijke doelwitten van spionage: vijandige naties en hun leiders, militaire instanties en inlichtingendiensten. Veel van de technieken worden ingezet in de context van “Traditionele rechtshandhaving” tegen mensen die verdacht worden (maar niet aangeklaagd of veroordeeld zijn) van gewone misdrijven of hacktivisten of specifieker: mensen die online protesteren voor politieke doeleinden.

De titelpagina van een van deze documenten weerspiegelt het eigen bewustzijn van het agentschap dat het ‘de grenzen oprekt’ met behulp van een cyberoffensief tegen mensen die niets met terrorisme te maken hebben of geen bedreiging zijn voor de nationale veiligheid.

Regeringsplannen om toezicht te houden en invloed uitoefenen op internetcommunicatie, en heimelijk te infiltreren in online gemeenschappen om verdeeldheid te zaaien en valse informatie te verspreiden, zijn al langere tijd een bron van speculatie. Harvard Law Professor Cass Sunstein, een Obama adviseur en voormalig hoofd van het Witte Huis Office of Information and Regulatory Affairs, schreef in 2008 een controversiële paper waarin hij voorstelt dat de Amerikaanse regering teams van geheime agenten en pseudo-“onafhankelijke” pleitbezorgers in dienst neemt om cognitief te infiltreren in online groepen en websites, evenals andere actiegroepen.

Sunstein stelde ook voor om geheimagenten in chatrooms, online sociale netwerken en groepen in de echte wereld te laten infiltreren, waarvan hij zegt dat ze valse en beschadigende “Complottheorieën” over de regering verspreiden. Ironisch genoeg, is diezelfde Sunstein onlangs benoemd door Obama om te dienen als lid van het NSA review panel, dat opgezet is door het Witte Huis.

Deze GCHQ documenten zijn de eerste bewijzen dat een belangrijke westerse regering met behulp van enkele van de meest controversiële technieken online misleiding verspreidt en schade toebrengt aan reputaties van haar doelwitten. Onder de tactieken die ze gebruiken, is het opzettelijk verspreiden van leugens op het internet over de persoon die men tot doelwit maakt, inclusief wat GCHQ “valse vlag operaties” noemt en e-mails naar familie en vrienden van de doelwitten. Wie kan vertrouwen op een regering die deze bevoegdheden uitoefent, zonder toezicht en buiten een wettelijke kader?

Dan is er het gebruik van de psychologie en andere sociale wetenschappen om niet alleen te begrijpen, maar te vormen en te controleren, hoe online activisme en discours zich ontvouwt. De onlangs gepubliceerde documenten prijzen het werk van GCHQ’s “Human Science Operations Cell,” gewijd aan “Online menselijke intelligentie” en “Strategische invloed en verstoring”:

Onder de titel “Online Covert Action“, geeft het document gedetailleerd de verscheidenheid aan inzetbare middelen weer zoals “Invloed en info-operaties” evenals “Verstoring en computeraanvallen,” terwijl men ontleedt hoe mensen kunnen worden gemanipuleerd met behulp van “Leiders”, “Vertrouwen”, “Gehoorzaamheid” en “Compliance“.





De documenten leggen theorieën uit over hoe mensen met elkaar omgaan, met name online, en proberen dan manieren te vinden om de resultaten te beïnvloeden:



Met dank aan Glenn Greenwald en The Intercept.