Home Opinie Historie: ‘Bezetting Ottomaanse centrale bank’

Historie: ‘Bezetting Ottomaanse centrale bank’

Deze week is het precies 119 jaar geleden dat de Ottomaanse centrale bank werd bezet door de Armeense Revolutionaire Federatie (ook wel bekend als de Dashnak), met als doel een economische crisis in het Ottomaanse Rijk te veroorzaken. Dat gebeurde op 26 augustus 1896. De Ottomaanse centrale bank in Istanboel diende als een belangrijk financieel centrum, voor het Ottomaanse Rijk zelf, maar ook voor de rest van Europa.
De Armenen hoopten dat een grootschalige economische crisis in het Ottomaanse Rijk, en de vernietiging van de rijkdommen van andere Europese mogendheden, zou leiden tot een inval van andere Europese mogendheden in het Ottomaanse Rijk, die de Turken zouden verdrijven uit Oost-Anatolië, waarna een ‘Groot-Armenië’ opgericht zou worden. De Armenen zouden dit nooit zonder een interventie en grootschalige moorden en verdrijvingen kunnen, omdat Armenen slechts 16% van de inwoners van hun gewenste ‘Ottomaans-Armenië’ uitmaakten. Ruim 80% van de inwoners in ‘Ottomaans-Armenië’ waren Moslims; voornamelijk Turken.

Advertentie

Op 26 augustus 1896 vielen de Armeense terroristen om 13:00 de Ottomaanse centrale bank binnen — gewapend met pistolen, granaten, en dynamieten — en werd de centrale bank veertien uur lang bezet. Bij de inval ontstonden vuurgevechten tussen de bewakers en de terroristen, waarbij negen van de Armeense terroristen stierven, inclusief hun leider Bedros Parian. Hierna nam Karekin Pastırmacıyan de leidersrol op zich.
De Armeense terroristen eisten dat “het Armeense Vraagstuk” overgeleverd zou worden aan de internationale gemeenschap, wat in de praktijk betekende dat zij eisten dat de internationale gemeenschap het oosten van Anatolië etnisch zou zuiveren om de Armenen een ‘Groot-Armenië’ te schenken. Anders zouden zij zichzelf en de Ottomaanse centrale bank opblazen.

De andere Europese mogendheden vonden dit echter belachelijk. Na de centrale bank veertien uur lang bezet te hebben, overtuigden Britse en Russische diplomaten de Armeense terroristen om het gebouw te verlaten. In ruil hiervoor kregen de Armeense terroristen een vrije passage van het Ottomaanse Rijk naar Frankrijk.

Het Committee voor Unie en Progressie (CUP), die aan de macht kwam in 1908, deed haar best om de Armeense gemeenschap bij de Ottomaanse leiding te betrekken. Dit bleek ook uit het feit dat de eerder genoemde Karekin Pastırmacıyan in 1908 in het Ottomaanse parlement terecht kwam. Zelfs na betrokken te zijn geweest bij verschillende terroristische aanvallen.

In 1912 bood Talaat Paşa Karekin Pastırmacıyan een Minister zetel aan. Pastırmacıyan weigerde echter, want Pastırmacıyan vond een etnisch zuiver ‘Groot-Armenië’ de enige oplossing. In 1914 verliet Karekin Pastırmacıyan het Ottomaanse Rijk naar Rusland, waar hij een leger opzette van honderdduizenden Ottomaanse Armenen die tegen het Ottomaanse Rijk zouden vechten tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Opvallend was dat in de niet-Ottomaanse Europese pers met lof over deze terroristische actie werd gesproken, ondanks het hevige geweld dat werd gebruikt, en de krankzinnige doelen.

Auteur – Behzat Çelik.