Home Opinie Het ‘Joden- en zionisten-onderzoek’ van Asscher en het CIDI

Het ‘Joden- en zionisten-onderzoek’ van Asscher en het CIDI

Op verzoek van de Israël-lobby in Nederland, het CIDI en de nietszeggende jongerenafdeling CIJO heeft minister Lodewijk Asscher van Stigmatisering van moslims en Turken Sociale Zaken en Werkgelegenheid opdracht gegeven tot “Nader onderzoek beelden van islamitische jongeren over zionisten en Joden [sic]”. Mijn commentaar vindt u hieronder in [brackets].

Advertentie

Uit dat onderzoek waarover een Kamerbrief is gestuurd, komen de volgende bevindingen naar voren “Dat islamitische jongeren Joden [sic] vaak associëren met geloof of het Joodse [sic] volk. Over Joden [sic] denken zij veelal neutraal of positief [Doe eens onderzoek naar hoe joden over moslims denken]. Als het gaat om de zionisten en het zionisme laat het onderzoek een ander beeld zien [omdat het een racistische apartheidsideologie is]. De voornaamste conclusies op basis van de uitspraken van de geïnterviewde jongeren:
 De beelden en ideeën van islamitische jongeren ten aanzien van zionisten en zionisme zijn vaak negatief geladen [Omdat zionisme het Midden Oosten niets dan ellende heeft gebracht];
 De beelden en ideeën ten aanzien van zionisten en zionisme zijn sterk aan het conflict tussen Israël en de Palestijnen gerelateerd [Omdat een volk stelselmatig etnisch gezuiverd wordt door zionisten en we daar getuige van zijn en niet wegkijken];
 Zionisme wordt beschouwd als een gewelddadige ideologie [Zionisme IS een gewelddadige ideologie];
 Het zionisme wordt door de jongeren met regelmaat verbonden aan ideeën over macht en invloed van zionisten in de wereld [Dit onderzoek is op verzoek van een lobby?];
 In negatieve beelden en ideeën van islamitische jongeren zijn elementen van klassieke antisemitische stereotypen te herkennen die, voor een belangrijk deel maar niet geheel, kunnen worden verklaard uit woede en bezorgdheid vanwege het conflict tussen Israël en de Palestijnen [Open deur tot nog meer onderzoek?].

Uit het nader onderzoek blijkt dat de beelden en ideeën van de islamitische jongeren uit het onderzoek sterk afwijken van de definitie van zionisme die volgens het onderzoek draagvlak heeft in Joodse [sic] kring: ‘Zionisten streven naar een eigen staat voor het Joodse [sic] volk en staan achter het bestaansrecht en behoud van Israël.’ Ook valt op dat de meeste jongeren uit het onderzoek denken dat in Nederland een minderheid van de Joden [sic] zionistisch is. In het onderzoek is ook gekeken in hoeverre er in de antizionistische opvattingen en beelden van islamitische jongeren sprake is van klassieke stereotypen als het gaat om Joden [sic] bijvoorbeeld een relatie met macht of met primitief en gewelddadig, terug te vinden zijn. Tegelijkertijd kunnen associaties als bijvoorbeeld gewelddadig en immoreel voor zionisten ook terug te voeren zijn op de beelden die jongeren zien van het conflict tussen Israel en de Palestijnen. Of mogelijk een combinatie van het zien van beelden en een vorm van verwevenheid met klassieke stereotypen die in de richting van Joden [sic] worden gebruikt. Het begrip zionisme is een begrip waar zeer uiteenlopende betekenissen en beelden aangekoppeld worden. Uit het nader onderzoek komen soms beelden naar voren over het zionisme die als heftig ervaren kunnen worden en die onderdelen bevatten van antisemitische stereotypen of in sommige gevallen beschreven worden als een complottheorie [Tuurlijk, Irak had MWD’s en de WTC’s zijn ineengestort door een kerosinebrandje?]. Dit komt vaak voort uit boosheid die jongeren ontwikkelen op basis van beelden die zij zien van het conflict [Dus niet het conflict oplossen, maar minder beelden laten zien van bloeddorstige zionisten?]. Ook bevat het onderzoek aanwijzingen dat sommige jongeren in bepaalde gevallen bewust kiezen voor antisemitische stereotypen bij het omschrijven van hun invulling van het zionisme [Nee, dat heeft te maken met het feit dat er veel moslimhaat is onder Nederlandse joden, waar op geen enkele wijze onderzoek naar gedaan wordt. Klikt u HIER voor een voorbeeld].”

Asscher schrijft in zijn beleidsreactie discriminatie en antisemitisme aan de Kamer:
Negatieve beelden over Israel, zionisten of zionisme mogen echter nooit leiden tot haat tegen Joden. Net zo min als negatieve emoties of beelden over de Palestijnse gebieden of Palestijnen mogen leiden tot haat tegen moslims.

Hij vervolgt in zijn brief: 
De leerlingen leren in het voorgezet onderwijs ook een relatie te leggen tussen het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust en hedendaagse ontwikkelingen [Wat bedoel je hiermee? Dat we moeten waken voor een fascistische leider die bevolkingsgroepen criminaliseert en stigmatiseert en die oproept tot deportatie van miljoenen indien nodig? Oh wacht].

In het rapport wordt verder duidelijk dat bevindingen uit het onderzoek zijn geduid in sessies met vertegenwoordigers van Joodse organisaties en met vertegenwoordigers uit de Marokkaanse, Turkse en islamitische gemeenschappen (CIDI, CJO, EAJG, SMN, CMO en een sleutelpersoon uit de Turkse gemeenschap). Wie de mysterieuze sleutelfiguur precies is, wordt op geen enkele wijze aangeduid in het rapport. Is het een sleutelfiguur die zich of haar namens de staat gepositioneerd heeft in de Turkse gemeenschap, is het een sleutelfiguur die door de migrantengemeenschappen zelf voorgedragen is als sleutelfiguur of is het een sleutelfiguur die van zich- of haarzelf vindt dat hij of zij een sleutelfiguur is?

Sociale media censuur?
Ook zijn organisaties als Twitter, Facebook en Youtube met meldpunten internetdiscriminatie [LOL, dezelfde meldpunten die nooit een Tweet durven sturen aan racisten bij extreemrechtse bruinroze weblogs, maar bij een satirische uiting van rapper Appa meteen in actie komen, die meldpunten?], providers, politie [Die huisbezoeken afleggen na belediging op Twitter, maar doodsbedreigers en stalkers niet serieus nemen] en andere organisaties die zich richten op monitoren Israëlkritiek verantwoord internetgebruik, bij elkaar gekomen. Dit heeft volgens Asscher “Nuttige inzichten opgeleverd in de mogelijkheden om de aanpak van discriminatie op de sociale media te verbeteren, met samenwerking tussen de diverse stakeholders als belangrijkste aandachtspunt. Bij het bestrijden van internetdiscriminatie spelen twee soorten maatregelen een rol: repressieve (identificeren, verwijderen discriminerende uitingen) en preventieve (mensen stimuleren om dergelijke uitingen niet te plaatsen).

De sociale media bedrijven hebben aangegeven dat ze graag bereid zijn om de collaboratie samenwerking in Nederland op beide terreinen uit te breiden. Om discriminerende uitingen verwijderd te krijgen, moeten deze eerst bij de sociale media bedrijven worden gemeld. Melding van discriminerende content gebeurt door internetgebruikers, maar ook door bijvoorbeeld meldpunten internetdiscriminatie. De procedure om een melding te doen bij de sociale media bedrijven is de laatste jaren verbeterd. Zo vindt er meer terugkoppeling plaats aan melders. Ook worden de voorwaarden op grond waarvan meldingen worden beoordeeld, beter uitgelegd op de websites van de bedrijven,” schrijft Asscher in de brief aan de Kamer.

Asscher had mijns inziens de energie, die in dit onderzoek en die in het beheersbaar houden van de (online) discours onder jongeren aangaande Israël, is gaan zitten, beter kunnen steken in het aanjengelen van de discussie over hoe wij ons als Nederland überhaupt nog meer kunnen inspannen om de illegale bezetting en de etnische zuivering van Palestina een halt toe te roepen. Moslimjongeren zijn beter op de hoogte van de situatie in het Midden Oosten dan andere jongeren en dat heeft niets maar dan ook niets met antisemitisme te maken. Het zou een minister sieren als hij zich niet voor de kar van de Israël-lobby liet spannen en een minister van alle Nederlanders wordt.

Over en uit.

Hieronder vindt u een collage van hoe je een moslimjongere tevergeefs probeert te framen als antisemiet vraagstelling en antwoorden uit het onderzoek.

Liever het hele rapport van 46 pagina’s en de Kamerbrief van 8 pagina’s lezen? Dat kan door HIER te klikken en de PDF’jes te downloaden.  

Klik om onderstaande afbeeldingen uit het onderzoek uit te vergroten

Onderzoek Asscher2 Onderzoek Asscher3 Onderzoek Asscher4 Onderzoek Asscher5 Onderzoek Asscher6 Onderzoek Asscher7 Onderzoek Asscher8 Onderzoek Asscher9 Onderzoek Asscher91 Onderzoek Asscher92 Onderzoek Asscher93 Onderzoek Asscher94 Onderzoek Asscher95 Onderzoek Asscher96 Onderzoek Asscher97 Onderzoek Asscher98 Onderzoek Asscher99 Onderzoek Asscher992 Onderzoek Asscher9991 Onderzoek Asscher1