Home Opinie Extreemrechts kopstuk Wilders prijst weigering Turkse minister, maar zo reageerde hij toen...

Extreemrechts kopstuk Wilders prijst weigering Turkse minister, maar zo reageerde hij toen hij zelf geweigerd werd

Na het weigeren van de landingsrechten van de Turkse minister van Buitenlandse Zaken zaterdag, reageerde het extreemrechtse kopstuk Wilders opgetogen. Zo opgetogen was de rechtse haatzaaier niet toen het hem zelf in 2009 overkwam.

We weten allemaal dat Geert Wilders bang is om in debat te gaan met zijn politieke opponenten, omdat hij eigenlijk maar één verhaal heeft: islam, islam, islam, islam. Als een grijsgedraaide carnavalsplaat herhaalt hij het mantra dat zijn geldschieters uit Amerika en Israël hem influisteren. De hetze die hij nu al langer dan tien jaar voert tegen minderheden in Nederland, heeft zijn prijs. Moskeeën worden om de haverklap belaagd, met varkenskoppen behangen, bedreigd, aangevallen, in brand gezet en letterlijk geterroriseerd. Op het moment dat er kinderen aanwezig waren in de moskee in Enschede, pleegden extreemrechtse PVV-sympathisanten een terreuraanslag met molotovcocktails. Geert zegt weinig, maar zijn aanhangers begrijpen de boodschap: aanvallen, terroriseren en vernietigen.

Advertentie

Dat Geert niet rechtlijnig is in woord en daad, merk je wel aan hoe hij omgaat met verschillende situaties. Mede om die reden is er onlangs een petitie gestart door mensen die vinden dat onbekwame politici die belast zijn met een bepaalde destructieve psychopathologie hun positie en beleidsvoering kunnen gebruiken om anderen op grote schaal te misbruiken. Zij noemen dit onverantwoord. “Vanwege hun positie blijft de intentie vaak onzichtbaar”, zeggen de opstellers van de petitie.

“Dit is vreselijk”

Geert reageerde zaterdag op de weigering van de Turkse minister van Buitenlandse Zaken en zei dat hij het mooi vond dat Nederland de landingsrechten van de Turkse minister van Buitenlandse Zaken in heeft getrokken en claimde credit voor de actie van Rutte. “Zonder de PVV was dit besluit nooit genomen,” schreef hij via Twitter. Om daaraan toe te voegen dat “Turken in Nederland die het met Erdogan eens zijn naar Turkije moeten gaan en nooit meer terug moeten komen“. Toen Geert Wilders echter in 2009 geweigerd werd in Groot-Brittannië sprak hij een heel andere toon dan vandaag. Wilders werd toen geleid naar een kantoor van de Britse immigratiedienst waar hem is medegedeeld dat hij Groot-Brittannië niet in mocht. “Dit is vreselijk,” reageerde hij vanuit een detentiecentrum op Heathrow, “Dit is niet alleen een klap in mijn gezicht, maar ook voor de vrijheid van meningsuiting”. “Ik had echt gehoopt dat ze van gedachten zouden veranderen. Het gesprek met de immigratieofficieren duurde precies 47 seconden. Ze zeiden gelijk ‘u wordt niet toegelaten en u gaat er zo snel mogelijk weer uit’. Ik zit nu alleen in een hok in een detentiecentrum waar ik niet uit mag

“Wreker van zijn Indische gootouders”

Toen Turkije een delegatie Kamerleden in 2009 niet wilde ontmoeten, wanneer Wilders zou meekomen, noemde Wilders dat “Dieptriest“. “Als het zo is, dan laat dat zien dat Turkije zich diskwalificeert. Dan laat het land zijn ware gezicht zien en dat is een vies gezicht“, aldus Wilders. Hoe rancuneus Wilders is, blijft in zijn selectieve notie van vrijheid van meningsuiting. Niet voor niets werd hij in 2009 in het artikel “Wreker van zijn Indische grootouders” in de Groene Amsterdammer een postkoloniale revanchist die geobsedeerd is door het terugdraaien van naoorlogse geopolitieke en demografische veranderingen en het ‘rechtzetten van historische fouten’, genoemd. Wilders is na het uitbrengen van zijn film Fitna in Indonesië tot ongewenst vreemdeling verklaard. “Nooit meer mag hij het land van zijn moeder in. Een en ander ging gepaard met de bestorming van het Nederlandse consulaat in Medan, de verbranding van de Nederlandse vlag en de eis van demonstranten dat alle Nederlanders het land werden uitgezet. De verleiding is groot om in Wilders de wreker van zijn verbannen grootouders, Johan en Johanna Ording, te zien. Maar misschien is Wilders alleen maar een extreem uitvergroot geval van klassieke Indische identiteitsvervreemding. Zijn grensoverschrijdende kapsel is in ieder geval een van de symptomen daarvan,” schrijft de Groene over zijn rancuneuze en wraakzuchtige missie.

Besloten christelijke clubje Europa

Dat de inperking van de vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergadering iets is waarover de AK-Partij eigenlijk niet zou mogen klagen, staat in mijn ogen buiten kijf. Hoewel de situatie in Turkije, met een algehele staat van paraatheid en voortdurende terreur door PKK/TAK/ISIS/DHKP-C/MLKP/FETÖ enzovoorts enzovoorts niet te vergelijken is met Nederland (Je zou haast kunnen stellen dat er meer terreurbewegingen in Turkije actief zijn dan er fracties in de Tweede Kamer zitten), zijn ook over Turkije terechte zorgen over de scheiding der machten en de beperking van fundamentele rechten van critici. Want critici die worden beperkt in hun vrijheden, die zijn er. Dan heb ik het niet over terroristen die zich overdag voordoen als journalist en ‘s avonds de kalasjnikov oppakken. Of FETÖ-leden die instellingen van de overheid hebben geïnfiltreerd met de bedoeling om deze ten val te brengen. Die mogen wat mij betreft opgepakt en berecht worden met de zwaarst mogelijke straffen. Maar om de situatie in Turkije te veranderen, helpt het niet door hier repressieve maatregelen te nemen en de vooroordelen te bevestigen die men daar over Europa heeft. Iets waarvoor we vanuit Nederland een diplomatiekere benadering nodig hebben. Nederland laat nu juist zien dat de Turkse regering gelijk heeft in haar kritiek dat er in het besloten christelijke clubje Europa eigenlijk geen absolute vrijheid van meningsuiting is. Maar alleen wanneer het ze uitkomt. Ironisch genoeg iets wat Europa Turkije vaak verwijt. En ironisch genoeg trekt na dit besluit van de Nederlandse regering een deel van de critici van Erdogan naar de Turkse regering toe. Zoals een vriend van me, die een zware criticus van de Turkse president Erdogan is, onlangs tegen me zei: “Europa verdient Erdogan, want hij spreekt de taal die ze verstaan“. Ik sluit af met de wens dat beide landen na de verkiezingen op 15 maart en het Turkse referendum in april elkaar op constructievere wijze zullen benaderen.