Home Opinie Dodenherdenking in Nederland schiet doel voorbij

Dodenherdenking in Nederland schiet doel voorbij

Deze week is het Dodenherdenking en al dagen is er in Nederland de discussie wie men moet herdenken. Boven alles is het afdwingen of mensen vertellen wie ze ‘moeten’ herdenken sowieso al discutabel te noemen maar nu hebben de meeste mensen ook nog een lijst met mensen die ze beslist niet willen herdenken maar vergeten daarbij dat ze zo juist veralgemeniseren en het meeste leed veroorzaken.

Het is ten eerste erg absurd om met Dodenherdenking alleen de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog te willen herdenken, en dan ook het liefst alleen de Nederlandse verzetsstrijders en Nederlandse Joden. Dit is namelijk regionaal en lokaal denken. De Tweede Wereldoorlog, zoals de naam al duidelijk maakt, was een wereldconflict en vrijwel iedereen in de hele wereld had er leed en pijn door. Het is dan ook van de zotte om daarin een klein geheel uit te kiezen en selectief alleen dat te herdenken alleen uit raciale, nationalistische of etnische beweegredenen zoals bloedverwantschap.

Gisteren beschreef historica Ilse Raaijmakers in haar stuk in Trouw hoe zij het leed van haar 17-jarige Duitse opa ondergeschikt vindt aan het leed van alle anderen. Het is een goed voorbeeld van hoe fout men bezig is in Nederland. Hoe kan het leed van een 17-jarige tiener op welke manier dan ook ondergeschikt zijn? Alleen maar omdat zijn land uiteindelijk de oorlog heeft verloren? Of omdat zijn leidinggevende bloeddorstig was? Waarom zou dat ook maar enige invloed moeten hebben op hoe we het leed van deze 17-jarige jongen moeten definiëren?

Ik weiger om leed te classificeren in een bepaalde rangorde en ik herdenk wie ik maar wil zonder na te denken wiens leed erger is geweest. Voor elk individu is zijn of haar leed uniek en het ergste wat hem of haar kan overkomen. Juist daarom herdenken we, zodat we dit soort leed nooit meer zien gebeurden. Als we leed gaan classificeren op basis van welk land heeft gewonnen, of tot welk volk het slachtoffer behoort, dan zijn we erg fout bezig. Ironisch genoeg is dit hetzelfde soort leed waar de Tweede Wereldoorlog mee begon en waar we juist tegen willen zijn.

Dodenherdenking is in het leven geroepen om niet te vergeten tot welke gruweldaden onderdrukking kan leiden. Dodenherdenking staat in het teken van vrijheid; vrijheid van meningsuiting en vrijheid om welke ideologie dan ook te volgen. En dat is precies wat de gemiddelde 18-, 19- en 20-jarige soldaten deden gedurende de Tweede Wereldoorlog. Ze geloofden dat hun strijd de ware strijd was, of dat nu een Pan-Europees ideaal was of een inzet om Europa te bevrijden van het Duitse juk. Dat de winnaars van de Tweede Wereldoorlog met terugwerkende kracht hun denkwijze nu projecteren als de enige ‘goede’, zegt in principe helemaal niks. De dienstplichtige Duitse soldaat heeft net zo veel geleden als de dienstplichtige Canadees, en de familieleden van een gesneuvelde Italiaan hebben net zo geweend als de familieleden van een Nederlandse verzetsstrijder.

In landen zoals Turkije en Australië/Nieuw-Zeeland hebben ze dit allang door. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwamen bij de Slag om de Dardanellen (Gallipoli) in 1915, ongeveer 250.000 aan elke kant, ruim een half miljoen mensen om tijdens deze ene veldslag: een ongelooflijk hoog aantal. Maar slechts enkele jaren na de Eerste Wereldoorlog schreef de Turkse president Atatürk een open brief aan de moeders van omgekomen Australische en Nieuw-Zeelandse soldaten dat ze “hun tranen kunnen afvegen omdat al hun zonen een eervolle begrafenis zullen krijgen op Turks grondgebied en vanaf nu net zoveel respect zullen krijgen als de Turkse soldaten naast wie ze begraven liggen”.

Tot op heden komen elk jaar duizenden veteranen en nabestaanden bijeen op 25 april in Çanakkale, Turkije (het huidige Gallipoli) om gezamenlijk hun slachtoffers te herdenken. Dit gaat gepaard met verhalen over verbroedering, zoals een Turkse soldaat die zijn waterfles afstaat aan een gewonde Australische soldaat in het heetst van de strijd.

En juist zo ontstaat verzoening, verbroedering, en het besef dat oorlog alleen maar slachtoffers kent terwijl tegelijkertijd het goede in de mens benadrukt wordt. Hiermee bereik je veel meer dan een classificeren van leed alsof we Olympische duikers een cijfer geven.