Home Nieuws De genocide waarover men niet spreekt

De genocide waarover men niet spreekt

Tijdens de nacht van 25 op 26 februari 1992 vond de Hocali (Chodzjali) genocide plaats. Op die dag werden honderden Azerbeidzjaanse mensen (burgers) op meedogenloze wijze vermoord. Dit bloedblad staat bekend als één van de meest tragische gebeurtenissen in Azerbeidzjan, Turkije en in de rest van de wereld.

Het bloedbad van Chodzjali was een van de wreedheden die begaan zijn tijdens de oorlog in Nagorno-Karabach. Armeense troepen vielen het dorp Chodzjali binnen met behulp van het 366e Russische regiment.

Er werden veel inwoners gevangen genomen en vermoord. Volgens officiële statistieken zijn er ongeveer 613 burgers vermoord waarvan 63 kinderen, 106 vrouwen en 70 ouderen.

Het bleef helaas niet alleen bij de moorden. Zo zijn er ook een hoop lichamen verminkt. De Armeense troepen hebben zich schuldig gemaakt aan het onthoofden van mensen, ogen uit oogkassen halen en het verbranden van lichamen. Een gedeelte van de gevangen genomen burgers zijn ook nooit teruggevonden.

Het  bloedbad van Chodzjali werd door het Azerbeidzjaans parlement in 1994 verkondigd als een genocide. Dit was een etnische zuivering van dat gebied. Dat blijkt uit een interview tussen Thomas de Waal en Serzj Sarkisian, de toenmalige minister van defensie van Armenië en nu de huidige president van Armenië.

Thomas schrijft in zijn interview dat Sarkisian zei: “Voor Hocali, dachten de Azerbeidzjanen grappen te maken met ons, dat de Armeniërs niks zouden doen tegen de burgers. We moesten daar een einde aan brengen en dat is ook gebeurd.

Zo herdacht Mevlut Cavusoglu, de Turkse minister van buitenlandse zaken, via Twitter ook de slachtoffers in het bloedbad van Chodzjali.

https://twitter.com/MevlutCavusoglu/status/1100296437232029697