Home Nieuws Met de coronavluchten vult Turkije een lacune in de Nederlandse gezondheidszorg

Met de coronavluchten vult Turkije een lacune in de Nederlandse gezondheidszorg

Ambulans Ucak
Een Turkse coronapatiënt wordt in Amsterdam opgehaald met een ambulance-vliegtuig door het Turkse ministerie van Volksgezondheid. Foto: Yavuz Selim Kiran.

Op donderdag 11 februari besteedde het NOS Journaal aandacht aan het feit dat het Turkse ministerie van Volksgezondheid regelmatig Turkse coronapatiënten in het buitenland ophaalt en ze naar Turkije vliegt voor verdere behandeling. Volgens de NOS zijn ook vier Turks-Nederlandse patiënten op deze manier naar Turkije overgebracht.

Aanleiding voor het bericht vormde het vervoer van een IC-patiënt naar Turkije op woensdag, nadat hij was uitbehandeld in het OLVG-ziekenhuis. Het ziekenhuis was van plan om zijn behandeling stop te zetten, kennelijk omdat er geen uitzicht was op herstel en doorbehandelen zou leiden tot het onnodig rekken van het lijden van de patiënt.

Islamitische ethiek

Vanuit het perspectief van het ziekenhuis is het belangrijk om patiënten uitzichtloos lijden te besparen. Maar veel Turkse Nederlanders zijn moslim en die kijken daar vanuit hun geloof vaak anders tegenaan. De gangbare opvatting is dat de patiënt moet worden doorbehandeld als de kans op leven aanwezig is, dat wil zeggen dat zij of hij kan voortleven zonder volledig afhankelijk te zijn van medische apparatuur. Alleen als de patiënt geen levenskansen heeft zonder die ondersteunende apparatuur mag de behandeling op islamitisch-ethische gronden worden beëindigd.

Uit een reactie van de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care, Prof. Diederik Gommers, die in de uitzending aan het woord kwam, blijkt dat de gezondheidszorg nog onvoldoende op de regels van de Islamitische ethiek is ingesteld. Hij verklaarde dat de geneeskundige behandeling wordt beëindigd als deze op medische gronden niet langer zinvol is. Die stopzetting is een medisch besluit, al wordt de familie daarover wel geconsulteerd. Volgens Gommers is het niet mogelijk om uitzonderingen op dit beleid te maken. Wel kan de familie de patiënt desgewenst laten overplaatsen naar een ziekenhuis in een ander land, maar dat moet men dan wel zelf regelen. Nederlandse ziekenhuizen gaan die overplaatsing niet organiseren en ook niet betalen.

De noodzaak van voortzetting van een behandeling moet echter niet alleen worden bepaald op medische gronden maar ook op basis van de ethiek van de Islam. Het is dan ook belangrijk dat er een gesprek zal worden gevoerd tussen medici en Islamdeskundigen over het licht dat er mogelijk tussen deze twee benaderingen zit. Nederland telt inmiddels een miljoen moslims en hun aantal zal de komende decennia alleen maar toenemen. Zij betalen net als andere Nederlanders hun zorgpremies en hebben recht op goede zorg. Dat betekent dat ook rekening moet worden gehouden met hun godsdienstige voorschriften.

Religieuze behoefte

Zolang het gesprek tussen de artsen en Islamdeskundigen nog niet heeft plaatsgevonden, voorzien de Turkse coronavluchten in een religieuze behoefte. Nu de Nederlandse gezondheidszorg moslims op dit punt nog niet bedient, is het dan ook goed dat Turkije deze lacune opvult. Maar het zou natuurlijk beter zijn als de door de Islam voorgeschreven behandeling ook in Nederland beschikbaar komt.

Interessant is dat deze religieuze dimensie in het Journaal item niet aan bod kwam. Turkije-correspondent Mitra Nazar gaf aan dat de Turkse gezondheidszorg een goede reputatie heeft en dat er nog ruim voldoende capaciteit is op de IC’s. Wie de Turkse nationaliteit heeft, ook als men in het buitenland woont, kan daar zonder problemen terecht. Als motief voor het vervoer van patiënten naar Turkije gaf zij aan dat President Erdogan probeert stemmen te winnen onder Turken in het buitenland. Die heeft hij volgens haar hard nodig om te zorgen dat zijn AK Partij de meerderheid behoudt. Dat de Turkse regering probeert om op deze manier tegemoet te komen aan de religieuze eisen waaraan moslims moeten voldoen kwam helaas niet ter sprake.

Tom Zwart* & Nisrine Zibouh**

* Hoogleraar Cross-cultureel Recht, Universiteit Utrecht, en Directeur van het Cross-cultural Human Rights Centre, Vrije Universiteit Amsterdam
** Onderzoeker aan het Cross-cultural Human Rights Centre, Vrije Universiteit Amsterdam