Home Nieuws Christelijke nephogeschool mag, Islamitische Universiteit mag niet: over willekeur in de Nederlandse...

Christelijke nephogeschool mag, Islamitische Universiteit mag niet: over willekeur in de Nederlandse politiek

Een onlangs ingediend wetsvoorstel dat het misleidende gebruik van de termen hogeschool en universiteit tegen moet gaan, is aangenomen in de Tweede Kamer. De wet is een verkapte poging van de Tweede Kamer om direct de Islamitische Universiteit Rotterdam aan te kunnen pakken. Dat laatste blijkt uit de uitzonderingspositie die de christelijk en vrije “nephogescholen” hebben gekregen.

Advertentie

Uitspraken rector

De IUR ligt al enige tijd onder vuur van de minister, media en diverse politieke partijen vanwege uitspraken die de IUR-rector Professor Akgunduz gedaan zou hebben op sociale media. De IUR zegt dat de uitspraken van professor Akgunduz waarop de minister zich baseert, gedaan zijn op persoonlijke titel en niet vanuit de IUR. “De uitspraken van de rector van de IUR, zijn niet beoordeeld door een strafrechter, maar worden door de minister en media bestempeld als haatzaaierij en discriminatoir. Deze zijn gedaan op persoonlijke titel en niet vanuit de IUR”, aldus de IUR.

Lange arm minister Bussemaker

De IUR reageert vol onbegrip over de ontstane situatie en de kruistocht die tegen de Islamitische Universiteit wordt gevoerd: “Hoewel maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef en burgerschap volgens de wet op het hoger onderwijs in het geval van de IUR geen verplicht onderdeel zijn, heeft de IUR dit alsnog ingebed in het onderwijs en de welwillendheid getoond om zelf met het voorstel te komen voor een nader onderzoek door de NVAO, de accreditatieorgaan voor het onderwijs in Nederland en Vlaanderen. Echter, heeft de IUR keer op keer tevergeefs moeten constateren, dat de eerder gemaakte afspraken inzake dit onderzoek telkens werden veranderd. Gezien deze constatering gedurende het afgelopen jaar, werd duidelijk dat de NVAO onder zware druk lag van de onderwijsinspectie en minister Bussemaker. Hiermee werd het instellingenbestuur van de IUR duidelijk dat de lange arm van de minister, via de onderwijsinspectie doorklonk in een onafhankelijk onderzoek van de NVAO. Het ministerie van OCW werd nog expliciet uitgenodigd om gastcollege’s over grondrechten te verzorgen op de IUR. Echter, is op het ministerie ingegaan op het verzoek, noch is er moeite genomen om in te gaan op de uitnodiging of te reageren. Professor Akgunduz heeft tevens minister Bussemaker een brief gestuurd om bijeen te komen voor een persoonlijke toelichting vanuit zijn perspectief, maar ook op dat verzoek was de minister het afgelopen jaar niet ingegaan,” aldus de IUR.

PvdA, SP, D66, PvdD, 50 plus en christelijke alliantie voor willekeur

De Islamitische Universiteit Rotterdam, die geaccrediteerd is als volwaardig hoger onderwijsinstelling door de onafhankelijke accreditatieorgaan NVAO, wordt door sommige Tweede Kamerleden bestempeld als een nepuniversiteit, terwijl onderwijsinstellingen zoals de Evangelische Hogeschool in Amersfoort en de Vrije Hogeschool Zeist een uitzondering hebben gekregen op de wet, ondanks het feit dat deze christelijke en vrije scholen geen volwaardige HBO-opleiding aanbieden. De uitzonderingspositie voor deze christelijke en vrije hogescholen is geregeld in een motie die ingediend werd door Michel Rog (CDA) en Eppo Bruins (ChristenUnie). De partijen in de Tweede Kamer die voor deze vorm van willekeur stemden in de Tweede Kamer waren PvdA, SP, CDA, D66, ChristenUnie, SGP, PvdD en Fractie Klein. VVD, PVV, GroenLinks, Bontes van Klaveren (VNL), Kuzu en Ozturk (DENK), 50 plus, Van Vliet en Houwers stemden tegen.

Raad van State tikte OCW op vingers

De Raad van State tikte eerder de OCW op de vingers omdat het onbekookte wetgeving zou willen doorvoeren. Het OCW moest van de RvS afzien van deze wetgeving om de rector van de Islamitische Universiteit in Rotterdam aan te pakken:

“Overheidsingrijpen [is] slechts gerechtvaardigd, als dat noodzakelijk is om de deugdelijkheid van het onderwijs te garanderen. Volgens de Grondwet is het geven van onderwijs vrij. Dit betekent dat overheidsingrijpen slechts gerechtvaardigd is, als dat noodzakelijk is om de deugdelijkheid van het onderwijs te garanderen. De Afdeling adviseert af te zien van het ontnemen van rechten als sprake is van discriminatie door de leiding van de instelling, omdat voor het ontnemen van rechten alleen aanleiding is als de kwaliteit van het onderwijs tekortschiet. Het doen van aangifte is de geëigende manier om discriminatoire uitingen te vervolgen.”