Home Nieuws “Antisemitisme” vooral afkomstig van extreemrechts

“Antisemitisme” vooral afkomstig van extreemrechts

Het probleem van antisemitisme in west-Europa is geen nieuw fenomeen en is in het verleden vooral religieus en politiek gemotiveerd geweest zoals bij de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog en de verdrijving van joden door het Hertogdom van Beieren en de katholieke Spanjaarden. Antisemitische incidenten in Europa worden tegenwoordig vooral veroorzaakt door rechtsextremisten blijkt uit nieuw onderzoek.

Volgens professor Leo Lucassen, die onderzoek deed in Nederland naar het fenomeen antisemitisme, als onderdeel van een breder onderzoek in vijf landen, is antisemitisme vooral afkomstig van rechts. Volgens hem zijn de meeste antisemitische incidenten afkomstig uit extreemrechtse kringen. De gevallen waarbij antisemitisme afkomstig is van migrantengemeenschappen, noemt hij sporadisch.

Getallen van antisemitisme in Nederland worden al jaren opgeblazen door de misleidende Werkdefinitie Antisemisme van het IHRA (International Holocaust Remembrance Alliance), dat onder andere door de zionistische lobbygroep het CIDI wordt gehanteerd. Daarin wordt ook kritiek op Israël en het Israëlisch leger meegerekend als antisemitisme. Tot voor kort werden hakenkruizen op moskeeën zelfs meegerekend als antisemitisme.

Volgens de werkdefinitie antisemitisme is het bijvoorbeeld antisemitisch om te stellen dat het bestaan van de Israëlische Staat een racistische onderneming is. Ook het hanteren van dubbele standaarden door te verwachten dat Israël zich op een bepaalde wijze gedraagt, terwijl dit niet van andere democratische landen wordt gevraagd, is volgens de werkdefinitie antisemitisch. Het CIDI, die ook antisemitisme zegt te monitoren, hanteert dezelfde werkdefinitie en telt uitspraken zoals ‘IDF is SS’ of ‘Israël is een Apartheidsstaat’ ook mee als antisemitisme. Onlangs lukte het de pro-Israël lobby om de werkdefinitie via een achterdeurtje in het joods akkoord in Amsterdam te krijgen. Alleen DENK en Bij1 zagen dat de problematische werkdefinitie aan het akkoord was toegevoegd en tekenden niet.

Progressieve joodse organisaties hebben zich fel gekeerd tegen de werkdefinitie, toen deze nog niet was aangenomen door het Europarlement. De Europese Commissie, evenals de Tweede Kamer, hebben de problematische werkdefinitie niet overgenomen.

De joodse rabbijn Lody van der Kamp had in 2015 al kritiek op de obsessie met antisemitisme. Van der Kamp spreekt van een “Hobbymatige obsessie voor antisemitisme door joden, als iets om in te geloven en iets over te roepen“. Volgens hem zitten joden in Nederland vastgebakken in de slachtofferrol. Zo sterk dat het een slachtofferrol is.

Journalist Max Blumenthal, zelf van joodse komaf, is kritischer over deze obsessie van de Israëllobby met het antisemitisme:
Ik denk dat de fanatieke zionist niet echt geeft om antisemitisme en de diaspora. Ze geven niets om het destabiliseren van het Joodse leven. Eén van hun angsten is juist de afwezigheid van antisemitisme, want zonder antisemitisme in het Westen is er geen politieke rechtvaardiging voor het project dat zionisme heet, die geacht wordt te bestaan als toevluchtsoord voor antisemitisme. Op vele manieren werken ze in de praktijk juist samen met antisemieten. Ik dacht altijd dat een antisemiet iemand was die Joden haat, maar nu kom ik er achter dat het iemand is die sommige Joden haten.

Toen joden in 1470 werden verdreven uit het Duitse Hertogdom Beieren en in 1492 werden verdreven door de katholieke monarchen van Spanje, werd het Ottomaanse rijk een toevluchtsoord voor die gevluchte joden. De Sefardische joden die massaal werden verbannen en verdreven uit Europa, vonden hun thuis in de islamitische wereld. Eenmaal in het Ottomaanse Rijk, namen ze nieuwe rituelen aan met behoud van hun tradities, waarvan de meest opvallende het Joods-Spaanse dialect genaamd de Ladino is.