Home Opinie Wilders en het verbod op joodse uitingen

Wilders en het verbod op joodse uitingen

DELEN

Bovenstaande titel is natuurlijk bedoeld om de maatschappelijke discussie op gang te helpen en strookt gelukkig niet met de werkelijkheid. Een ieder moet in zijn waarde worden gelaten bij zijn of haar geloofsbeleving. Juist die vrijheid is het fundament van onze rechtsstaat en het bindmiddel van onze samenleving. Wat beweegt Wilders er dan toe om dergelijke nazi-achtige voorstellen te doen?

Het controversiële voorstel van de PVV zou ongetwijfeld tot grote maatschappelijke ophef en onrust leiden, wanneer men tot doelwit zou maken het jodendom of praktiserende joden. Nu is er vooral de kille stilte, de gewenning, het stilzwijgende goedkeuren van de massa.

Hoe zouden we het vinden als een politieke partij in dit land zich al jarenlang inzet om bevolkingsgroepen uit te sluiten, te stigmatiseren en te criminaliseren en deze ongelijkheid zou willen vastleggen in een wet? Zouden we daartegen niet allemaal in opstand komen? Juist omdat we lering trekken uit ons collectief geheugen en geweten?

Minister Sigrid Kaag verwoordde het collectief zwijgen en waartoe het zou leiden zo mooi in haar Abel Herzberglezing: “De stilte van de politicus, die iets niet zegt omdat het haar of hem stemmen kan kosten. Die stilte, de stilte van het wegkijken, is onheilspellend. Die stilte kan langzaam maar zeker aanzwellen tot collectief zwijgen. Een zwijgen dat uiteindelijk oorverdovend kan worden. Dat maakt dat we de risico’s in onze samenleving niet meer zien. Dat we de signalen niet meer verstaan. De bittere les van de geschiedenis is dat in de stilte van het zwijgen de dissonant van stigmatisering, uitsluiting en vervolging manifest wordt“.

In onderstaand wetsvoorstel is islam vervangen door jodendom. Besef je dat dit huiveringwekkende wetsvoorstel is ingediend door de extreemrechtse partij PVV in ons parlement over moslims.

“Artikel 1

Het jodendom is geen godsdienst of levensbeschouwing, maar een gewelddadige, totalitaire ideologie.

Artikel 2

1.
De volgende joodse uitingen zijn verboden:
a.
synagoges;
b.
scholen;
c.
Thora;
d.
het dragen van een joodse pruik of boerka.
2.
Onder het eerste lid, onder a, moet ook worden verstaan elke ruimte die gebruikt wordt als joods gebedshuis of gebedsruimte, tenzij dit plaatsvindt in de huiselijke sfeer.
3.
Alle onderwijsinstellingen zoals bedoeld in het eerste lid, onder b, waar de joodse ideologie wordt onderwezen zijn verboden.
4.
De druk, distributie of verkoop van de Thora zoals genoemd in het eerste lid, onder c, is verboden.
5.
Het dragen van een joodse pruik of boerka zoals bedoeld in het eerste lid, onder d, is verboden, tenzij dit plaatsvindt in de huiselijke sfeer.
6.
Een ieder die deelneemt aan de uitingen zoals genoemd in het eerste lid van dit artikel onder a en b en het tweede en derde lid van dit artikel, of deze faciliteert of organiseert, is strafbaar.
kst-35039-2 ISSN 0921 – 7371 ‘s-Gravenhage 2018

7.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de in het eerste lid genoemde categorieën worden uitgebreid.
Artikel 3

1.
Degene die handelt in strijd met artikel 2, eerste lid, onder a, b en c wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van de vierde categorie.
2.
Degene die handelt in strijd met artikel 2, eerste lid, onder d, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf dagen of geldboete van de tweede categorie.
3.
De in artikel 2, eerste lid, onder a, b en c gestelde feiten zijn misdrijven.
4.
Het in artikel 2, eerste lid, onder d gestelde feit is een overtreding.
Artikel 4

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 5

Deze wet wordt aangehaald als: Wet op het verbod van bepaalde joodse uitingen.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Tweede Kamer, vergaderjaar 2018-2019, 35 039, nr. 2 2”.

Bovenstaand wetsvoorstel is ingediend door de PVV en wordt ‘Wet op het verbod van bepaalde islamitische uitingen’ genoemd. Voor het doel om een maatschappelijke discussie op gang te helpen, is ‘islamitische’ vervangen door ‘joodse’.