Home Opinie Van een verbod profiteren Rutte, Asscher en de Turkse JA-campagne

Van een verbod profiteren Rutte, Asscher en de Turkse JA-campagne

DELEN
PvdA-Kamerlid Keklik Yucel op campagne voor het NEE-kamp: "Hier hebben we verkiezingen op 15 maart, dat is heel belangrijk. Maar 16 April is in Turkije nog belangrijker. We moeten dat heel erg serieus nemen. Iedereen in Nederland en Turkije moet zijn burgerplicht uitvoeren. Nee is het enige antwoord in dit referendum".

Er is terechte ophef om het meten met twee maten van de Nederlandse regering en bewindslieden die een Turkse JA-campagne voor het aanstaande referendum proberen te verbieden. Enerzijds heeft men kritiek op hoe de Turkse regering omgaat met kritiek en de mate van persvrijheid en vrijheid van meningsuiting in Turkije, anderzijds doet de Nederlandse regering juist wat men Turkije verwijt.

Premier Rutte verklaarde zaterdag te onderzoeken of het mogelijk is om een campagne van de Turkse regering in Nederland, waar zo’n 400.000 mensen van Turkse komaf wonen, te verbieden. Tegelijkertijd voert het NEE-kamp, dat fel gekand is tegen de nieuwe Turkse grondwet die de macht van deze en komende presidenten vergroot/efficiënter maakt, wel actief campagne. VVD, PvdA, D66, SP en de ChristenUnie steunen Rutte en willen dat het kabinet onderzoekt of het juridisch mogelijk is om de JA-campagne van de Turkse regering te verbieden. Niet wetende dat ze daarmee juist de Turkse JA-campagne helpen.

Dubbele moraal Keklik Yucel

Vice-premier Lodewijk Asscher noemde het een gotspe dat Turkije hier campagne voert. Asscher zegt: “Ik noem het een gotspe, dat is een Amsterdamse uiting. Dat betekent dat je praat over vrijheid van meningsuiting, terwijl die juist op het spel staat in Turkije. Journalisten zitten in de cel, de democratie staat daar onder druk en dan ga je zeggen over Nederland, waar we toch, wat je ook vindt van de campagne, iedereen in vrijheid van mening verschilt. Bijna iedere Nederlander wordt gevraagd: wat vind je dat er moet gebeuren? Dat vind ik echt een gotspe“. Asscher zei eerder “Trek ze niet met de haren terug naar Turkije, maar gun mensen de vrijheid om een eigen keuze te maken“. Dat terwijl zijn partijgenoot Keklik Yucel, die ook samen met SP’er Sadet Karabulut campagne voert, twee weken geleden is gespot op een campagne-bijeenkomst van het NEE-kamp. Zij noemde daar het referendum in Turkije belangrijker dan de verkiezingen in Nederland en zei: “Hier hebben we verkiezingen op 15 maart, dat is heel belangrijk. Maar 16 April is in Turkije nog belangrijker. We moeten dat heel erg serieus nemen. Iedereen in Nederland en Turkije moet zijn burgerplicht uitvoeren. Nee is het enige antwoord in dit referendum“. Deze dubbele moraal is kenmerkend voor Keklik Yucel.

Abdullatif Sener, die campagne voert voor het NEE-kamp, vindt dat politici uit Turkije gewoon moeten worden toegelaten om hier campagne te voeren. “Als er geen veiligheidsrisico’s zijn, moeten ministers, de premier, de president, oppositieleden of onafhankelijke mensen zoals ik toegelaten worden om met de kiezers in contact te komen,” zegt Sener.

Juridisch niet mogelijk

Volgens Paul Bovend’Eert, hoogleraar staatsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen, is het juridisch niet mogelijk om het bezoek van een Turkse minister af te stoppen. Wel kan hem de toegang tot Nederland geweigerd worden, wat een flinke diplomatieke rel op kan leveren. Ook kan de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb een manifestatie in zijn stad verbieden. Een middel dat hij niet heeft ingezet toen de terreurorganisatie PKK vorig jaar demonstreerde in de havenstad. Hij verdedigde toen zelfs het besluit om dat te doen.

Gordiaanse knoop

Het beste zou zijn om beide kampen gewoon campagne te laten voeren, zoals Nederlandse politici ook in het buitenland hebben gedaan in het verleden. Het was rechtsextremist Geert Wilders die samen met John Mannheim, oud-bestuurder van de pro-Israël lobbygroep CIDI, jaren geleden campagne voerde voor de VVD in Tel Aviv en omstreken. Met een verbod op het voeren van een JA-campagne in Nederland voor het Turkse referendum, wordt juist het JA-kamp in de kaart gespeeld en profiteren zowel Rutte als Asscher er politiek van. Maar niet alles is politiek. Als de Nederlandse regering de verwijten die het zelf maakt naar Turkije, namelijk dat er een beperkte mate van vrijheid zou zijn volgens hen, zelf ook in beleid uitdraagt, dan verliest Nederland het recht van spreken wanneer het andere landen wil betichten van het inperken van vrijheden. Tegelijkertijd zal het toestaan van een JA-campagne vlak voor de Nederlandse verkiezingen, Geert Wilders in de kaart spelen. Zoals ook de hetze tegen Nederlandse Turken werd ontketend toen tot grote teleurstelling van velen de couppoging in Turkije mislukte en er manifestaties te zien waren met Turkse vlaggen. Het probleem van Rutte heeft iets weg van een Gordiaanse knoop. Laat je zien dat je in Nederland voor je vrijheden staat en speel je Wilders in de kaart of beperk je de Turkse JA-campagne en vis je in de vijver van de onderbuik? De enige die de Gordiaanse knoop door kan hakken is Mevlut Cavusoglu zelf door de politieke winst te pakken van het eventuele verbod en zijn bezoek uit te stellen.