Home Opinie De publieke opinie is in de greep van angst voor vrijheid

De publieke opinie is in de greep van angst voor vrijheid

DELEN

Gisteren was er een referendum in Turkije. Vandaag zie ik dat politici, opiniemakers en journalisten gebruik maken van hun vrijheid van meningsuiting om de transnationaliteit van medeburgers van Turkse komaf te duiden. En dat gaat er niet zachtzinnig aan toe. Ik bespaar u de uitlatingen die ik op de sociale media kan lezen, u bent capabel genoeg om dat zelf na te gaan. Voor nu volsta ik met een analyse die laat zien dat de psychologie van de angst voor vrijheid leidend is in het debat.

Schijnbare vrijheid

Angst voor vrijheid is de titel van een boek dat in is 1941 gepubliceerd. De schrijver is Erich Fromm, een Duitse wetenschapper van Joodse komaf die vanwege de opkomst van het nationaalsocialisme in 1934 vluchtte naar Amerika. Het boek is een klassieke studie over de vrijheid van het individu in een democratische samenleving en het laat haarscherp zien dat vrijheid in de huidige wereld een paradox is. Hoewel veel mensen in Europa denken vrij te zijn, is het tegendeel waar. Het lijkt een contradictie; de moderne democratie suggereert dat mensen vrij zijn om te denken en te doen wat ze willen. Toch is er de dubbele betekenis van vrijheid: de mens is een cultureel product, het resultaat van het maatschappelijk proces dat de mens heeft gevormd.

Mensen hebben gevoelens en gedachten die van buitenaf teweeggebracht kunnen worden, bijvoorbeeld door ‘de publieke opinie’. Daarin speelt het conformisme een grote rol. Punt is dat veel mensen dit niet beseffen, zij ervaren de van buiten opgelegde gevoelens en gedachten als hun eigen gevoelens en gedachten. Dat heeft te maken met de grote bereidwilligheid die er is om aan verwachtingen te voldoen van anonieme autoriteiten zoals ‘de publieke opinie’ en het ‘gezond verstand’. Die zorgen ervoor dat mensen zich onbewust aanpassen aan opinies en opvattingen van anderen (Fromm, 1941). En dat doen ze om brood op de plank te krijgen.

Persoonlijkheid als handelswaar

Dat zich aanpassen aan opinies en opvattingen van anderen is het resultaat van een individualistische samenleving, waarin een professional die geen handarbeid of spierkracht verkoopt, afhankelijk is van dat wat anderen over hem denken om te kunnen functioneren (Fromm, 1941). Het komt er dus op neer dat de persoonlijkheid van politici, journalisten en opiniemakers een product is: om niet onbeduidend te zijn, moet je zijn zoals de omgeving van je verwacht en dat definieert je persoonlijkheid. Diplomatiek gezegd: om adequaat te kunnen functioneren is de professional afhankelijk van de maatschappelijke definities: het maatschappelijke zelf wordt bepaald door de rol die de organisatie van hem verwacht. Vierkant gezegd: professionals verkopen hun energie en initiatief in de richting die de positie met zich meebrengt, hun persoonlijkheid als product waarmee zij diensten aan de man (m/v) brengen. Plat gezegd: als er geen behoefte is aan de kwaliteiten waarover de professional beschikt, dan heeft hij geen kwaliteiten.

De opinie als hokjesgeest

Zo zien we dat de in het westen gangbare opinie over Turkije, leidend is in de politieke meningen discussie op de sociale media. Terwijl juist het debat over het referendum in Turkije de publieke opinie over de democratie flink kan wakker schudden. Immers: ook in Europa woedt, net als in Turkije, een strijd over de vraag voor welke toekomst we moeten kiezen. Natuurlijk past het debat van vandaag in de ‘discussie’ over identiteit, een discussie die tijdens de Tweede Kamerverkiezingen in maart van dit jaar overal waar je keek opdook. In de lijn van dat debat laten politici van verschillende politieke partijen vandaag op de sociale media weten dat Nederlanders van Turkse komaf die pro Erdogan gestemd hebben, het land beter kunnen verlaten. Want, zo is het idee: zij, de ja-stemmers zijn onvoldoende geïntegreerd.

Tja, dat krijg je in een samenleving waarin de de belangrijkste handelswaar van de politicus, journalist of opiniemaker zijn persoonlijkheid is. Die zal zich gedragen conform de anonieme autoriteit van de publieke opinie, die in feite bepaalt wat zij denken. Want als zij oorspronkelijk zijn, en er eigen gedachten op nahouden, is de kans groot dat hij (m/v) niet voldoet aan de kwaliteitseisen. En dan is het einde van de carrière in zicht. Precies dit is de angst voor vrijheid: om enige bestaanszekerheid te hebben, doen politici, journalisten en opiniemakers dat wat anderen van hem (m/v) verwachten en handelen conform de geldige publieke opinie. Ziet u het gevaar? Ziet u de samenhang tussen psychologische, economische en ideologische factoren? De psychologische angst voor vrijheid maakt dat mensen om economische redenen kiezen voor een ideologie die past in de publieke opinie. Laten we klaarwakker blijven en vooral blijven twijfelen aan de publieke opinie.

Gastauteur dr. Marina Meeuwisse is stadspsycholoog, fotograaf en media-pedagoog. Ze is te vinden op Twitter.