Home Opinie Brief aan Aboutaleb over PKK-demonstratie (Deel 2)

Brief aan Aboutaleb over PKK-demonstratie (Deel 2)

DELEN

Geachte heer Aboutaleb,

Ik dank u hartelijk voor uw reactie, maar vind de inhoud van uw mail teleurstellend. U gaat niet in op de door mij aangedragen voorbeelden en onderbouwingen.

In mijn antwoord aan u zal ik om die reden proberen duidelijker uit te leggen wat er mis is met manifestaties in uw stad waarbij terreursymbolen worden meegedragen. Het recht om te mogen demonstreren is een groot goed. Ik ben voorstander van dat recht om te mogen demonstreren. Palestijnen, joden, Koerden, LGBT, Belgen of Friezen hebben allemaal het recht om te mogen demonstreren. Dat recht erken en onderschrijf ik.

In het geval van de twee demonstraties in de stad voor Ocalan, het kopstuk van de in Nederland verboden terreurbeweging PKK, had de gemeente op voorhand moeten weten dat er symbolen van een door Nederland verboden terroristische beweging zouden worden meegedragen, omdat het thema van de demonstratie het kopstuk van die terreurbeweging Abdullah Öcalan is. Ook had de gemeente moeten kunnen inschatten dat dit tot (sociale) onrust en wanordelijkheden zou leiden in de stad, ondanks de oproepen van Turks-Nederlandse organisaties naar de achterban om zich niet te laten provoceren door sympathisanten van de terreurbeweging. Jongeren zijn het zat dat een mars met symbolen van een terreurbeweging, die de Turken tot doelwit maakt, onder politiebegeleiding kan plaatsvinden en begrijpen er niets van dat u als burgervader, het OM en de politie niet ingrijpen bij herkenbare strafbare uitingen. Los nog van het feit dat de vergunning voor een pro-PKK demonstratie naar alle waarschijnlijkheid onrechtmatig is verstrekt. Ook zou moeten worden uitgezocht of er in de verstrekking van deze vergunning in strijd is gehandeld met de beginselen van behoorlijk bestuur.

Een burgemeester heeft de taak om de openbare orde te handhaven. In dat licht zou een burgemeester de politie opdracht gegeven moeten hebben om op te treden tegen strafbare uitingen tijdens die demonstraties en te handhaven. Ook dat is niet gebeurd. Waar bijvoorbeeld vlaggen van Hamas en ISIS pro-actief worden aangepakt. Dit heet in juridische termen willekeur. Een bezwaar- en beroepschrift, getoetst door een onafhankelijke bestuursrechter naar deugdelijkheid en billijkheid, zou hier meer duidelijkheid over geven.

Ik schrijf u deze brief, omdat ik geloof dat u een man van de rechtsstaat bent en geen willekeur tolereert bij het dagelijks besturen van uw stad en geloof nog steeds, ondanks de vele andere signalen die ik oppik, dat u vatbaar bent voor rede en argumentatie.

Voorts verwijs ik u naar het arrest van het EHRM in de zaak Hizb-ut Tahrir tegen Duitsland, de beantwoording van Kamervragen over de Gaza-demonstratie door Ivo Opstelten (2014), het Actieprogramma Aanpak Jihadisme en Radicalisering van Asscher en Opstelten (2014) en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zoals beschreven in het artikel “Nederlandse gemeenten overtreden mogelijk wet voor terreurbeweging PKK” en naar de daarbij ingesloten bronnen en verwijzingen.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende ingelicht te hebben. In afwachting van uw antwoord verblijf ik,

Met vriendelijke groet,

Volkan


Het antwoord van burgemeester Ahmed Aboutaleb op de eerste open brief.

Goedemiddag,

U stuurde mij een email naar aanleiding van een demonstratie van aanhangers van de PKK afgelopen zaterdagavond in Rotterdam. U geeft weliswaar aan het recht op demonstreren en de vrijheid van meningsuiting van groot belang te vinden, maar acht het onjuist dat in dit geval de demonstratie door mij niet op voorhand is verboden. 

De vrijheid van meningsuiting is een grondrecht, waar ik veel waarde aan hecht. Ik wil u daarbij er nadrukkelijk op wijzen dat de inhoud van een demonstratie of betoging voor een burgemeester nooit een criterium mag zijn om een demonstratie wel of niet toe te staan. Ook al kan dit betekenen dat een demonstratie soms een onbehaaglijke boodschap brengt. Dit is vastgelegd in de Wet Openbare Manifestaties (WOM) die voor mij als burgemeester leidend is in het handelen rondom demonstraties. De WOM bepaalt in artikel 5 lid 2 sub c dat een burgemeester een manifestatie enkel kan verbieden ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Al datgene wat hier niet onder valt, zoals de inhoud van een betoging, kan nooit reden zijn voor een verbod. Indien tijdens een demonstratie strafbare feiten plaatsvinden, dan is het een zaak van de politie en het Openbaar Ministerie om hierop te handhaven cq al dan niet over te gaan tot strafrechtelijke vervolging. 

Het recht om betogingen te organiseren of eraan deel te nemen en het recht op vrijheid van meningsuiting, zoals neergelegd in de artikelen 6, 7 en 9 van onze Grondwet, zijn zeer waardevolle grondrechten voor een ieder in ons land. Enkel onder strikte voorwaarden, zoals hierboven benoemd, kunnen aan deze voorwaarden beperkingen worden gesteld. 

Met vriendelijke groet,

Ahmed Aboutaleb